Informateur die behoeften herkent

Dat SER-voorzitter Kim Putters als informateur gesprekken voerde met hoogleraren over de gewenste samenwerking tussen kabinet en parlement én sprak met alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer, komt prettig zorgvuldig over. Immers, kabinetsvormen die tot de mogelijkheden behoren, kunnen van invloed zijn op de samenstelling van een eventuele coalitie. Voorlopig nog even geduld a.u.b.!

Nu de term ‘informateur’ weer nadrukkelijk in de media verschijnt, schoot mij ineens iets te binnen.

Waar deed dat ‘informateur’ mij nu ineens weer aan denken? Ja, ruim 51 jaar geleden solliciteerde ik bij farmaceutisch concern Ciba om daar artsenbezoeker te worden. Ciba was toen bekend van Otrivin neusdruppels. Ciba was net gefuseerd met Geigy tot Ciba Geigy. Beide Zwitserse bedrijven zijn groot op gebied van chemicaliën, land- en tuinbouw gewasconditioneringsproducten én geneesmiddelen.

Later werd een fusie aangegaan met het eveneens Zwitserse Sandoz en zo ontstond in 1996 Novartis. Klinkt u wellicht bekend in de oren van diverse geneesmiddelen.

Mensen die destijds bij Ciba solliciteerden waren ‘arts-in-opleiding’ die hun studie af- of onderbraken en afgestudeerden met een paramedische opleiding, zoals ik. Zeker geen ‘domme jongens’ – dames waren nog dun gezaaid in dit metier – maar geen medisch cum laude niveau. Om ‘t opleidingsniveau bij farmaceutische bedrijven zoveel mogelijk gelijk te trekken werd toen de ‘register-artsenbezoeker’ in het leven geroepen. Een 2-jarige avondopleiding die werd gefaciliteerd en gecoördineerd door de Universiteit Leiden en het LOI. Eind 1975 behoorde ik tot de 1e lichting afgestudeerden; ik heb jaren in dat register gestaan.

Maar de Ciba-opleiders waren al veel éérder zó overtuigd van hun hoge opleidings- en kennisniveau dat de term ‘artsenbezoeker’ hun kennelijk te min was. Die term deed misschien een beetje denken aan een vertegenwoordiger. Later hoorde je ook ‘artsenvertegenwoordiger’ maar goed beschouwd betekent dit, dat er iemand is die artsen vertegenwoordigt. Dát was zeker niet het geval; waar begin 70’er jaren de deur nog werd opengehouden voor artsenbezoekers, werd dat welkom allengs minder.

Hoe dan ook, op het Ciba visitekaartje stond onze functie aangeduid als mfi. Afkorting voor medisch farmaceutisch informateur.

Gezegd moet worden dat ‘we’ er verzorgd uitzagen; geen spijkerbroeken en truien (onze Geigy collega’s mochten dat wel) maar keurige grijze broeken, donkere blazers en ‘n stropdas wat ons de bijnaam ‘blazer boys’ opleverde. Ciba had inderdaad een zeer goede naam, een correct en wetenschappelijk imago. Maar ik had zelf m’n ideeën over de invulling daarvan.

Ik hield mij niet aan een intern zeer strak voorgeschreven driemaandelijks gespreksplatform; een inflexibele benadering van de artsen waarbij alleen sprake was van ‘zenden’. Nee, ik hield oren en ogen in de wachtkamer open en maakte gebruik van het brede Ciba-assortiment. Wanneer ik patiënten over jeuk en huidproblemen hoorde praten en het platform schreef voor om het over hoge bloeddruk te hebben, vroeg ik de arts ‘ziet u veel huidproblemen?’ Daarmee scoorde ik wél bij de arts maar niet bij de field manager van m’n rayon. Ondanks dat de omzet er onder gedijde.

Zo herinner ik me nog goed dat ik bij een huisarts ‘op’ Rotterdam-zuid was en op het moment dat ik de spreekkamer binnen ging, er kennelijk ‘n ruzietje gaande was. De dokter had dochterlief net mét fiets in zijn grote, nieuwe auto opgehaald en haar fiets iets te haastig op de achterbank gedrapeerd.

Ik liep mee en zag grote smeervlekken op de autobekleding. Als autoliefhebber ging me dat aan het hart en reageerde “Ik ga nu een fles wasbenzine kopen en direct proberen de vlekken eruit te krijgen. Gaat u maar door met de praktijk en dan zien we wel”.

Niks over die ‘fantastische’ plaspil, wel fantastische klantenbinding! Ook toen al moest elk bezoek en gesprek worden geadministreerd; niet met een kaartenbak maar met computeruitdraaien die ‘n beetje aan Excel formulieren deden denken. Daarop noteerde je de besproken producten en de inschatting of je positieve voorschrijfgevolgen verwachtte. Ik noteerde dus ‘wasbenzine’ en ‘behoorlijk positieve voorschrijfverwachtingen op lange termijn’. Kortom, op korte termijn ‘dokter blij’, ‘Ciba vast minder’! Ja, soms waren ‘t verrassende tijden als medisch farmaceutisch informateur.

Nico Ramaer