RPL-RuitenTroef Columns

Afschaffen of aanpassen?

Op een bepaald moment in je leven kom je er achter dat sprookjes fantasie zijn, niet écht bestaan. Meestal al op jonge leeftijd. Maar ook als je ouder bent stuit je op waarheden die je nog niet eerder ontdekte.

De laatste tijd, en dat mag u ruim nemen, worden we geconfronteerd met allerlei nieuwe ‘ontdekkingen’. De autochtone Nederlander is racistisch en tentoongestelde objecten in onze musea is roofkunst. Corona reduceert allerlei ‘onmisbare evenementen’ tot ’meer van hetzelfde’. Het onpeilbaar diepe medeleven van de koninklijke familie met minderbedeelden in onze maatschappij en hun onvoorstelbaar brede interesse in van alles en nog wat, lijkt commedia dell’arte ofwel geïmproviseerd theater. Maar het is van a tot z geregisseerd waarbij elke blik, opgetrokken wenkbrauw of devote zit geoefend overkomt.

Overtuigingen, standpunten of zelfs tradities kunnen aan verandering onderhevig zijn. Ze moeten worden bijgesteld, kantelen eventueel of blijken zelfs totaal ongeloofwaardig. Wat blijft er dan nog over van het oorspronkelijke verhaal? Te weinig? Afschaffen dan maar! Of is ‘t de moeite waard om ‘n genuanceerd tegengeluid te laten horen?

Dat hangt sterk af van het onderwerp. Kortom, in hoeverre zijn we bereid compromissen aan te gaan? Bijvoorbeeld Sinterklaas zonder zwarte Piet. De component ‘zwart’ roept kennelijk pijn op maar ik zou zeggen ‘alles of niets’. Ondraaglijke pijn? Afschaffen die Sinterklaastraditie dan maar.

Wat te denken van het driedaagse Rotterdamse Zomercarnaval eind juli. Begonnen als een kleinschalig Antilliaans feestje dat is uitgegroeid tot een enorm evenement met wel een miljoen bezoekers waarin tientallen culturen vertegenwoordigd zijn. Kleurrijk hoogtepunt is de Straatparade die inmiddels lijkt op het grote feest der feesten in Rio in februari, met schaars geklede dames in diepuitgesneden pakjes met haarscherpe bikinilijnen. Maar in februari werkt ons klimaat niet mee, vandaar juli.

Stel dat er gezegd zou worden ‘de dames mogen zich niet meer zo uitdagend vertonen’, gewoon de kleertjes aanhouden. Of verplaatsen naar februari, dan trekken ze vanzelf warme joggingpakken aan. Zou de organisatie daartoe bereid zijn? Of zouden ze dan zeggen ‘nou, laat dan maar zitten’?

Zijn onze musea culturele gevangenissen? Of is er sprake van zorgvuldig bewaren, onderhouden en brede toegankelijkheid van kunst en cultuur garanderen?

Ik las laatst dat er de afgelopen jaren heel wat kunst naar de oorspronkelijke omgeving, in dit geval Indonesië is teruggegaan. Van de 170 kunstwerken verkeerden er inmiddels vele in slechte staat en 40 stukken waren volledig ter ziele. Verder commentaar overbodig.  

Vuurwerk is ook zoiets. Knalvuurwerk en vuurpijlen zijn verboden. Ik ben geen fan van al dit geknal en gesis maar voor heel veel mensen is de lol er dan vanaf. Gaat zelf afsteken verdwijnen? Het ziet er naar uit dat professioneel afgestoken vuurwerk over een paar jaar het enige is dat ons rest. Is dat een acceptabel compromis? Of maar helemaal mee kappen en ook carbid schieten – best een grappige en originele traditie – strafbaar maken? De tijd zal het leren.

De Koeiemart in Woerden had dit jaar heel erg onder corona te lijden. Dat is jammer, maar van de Woerdse mart zoals ‘ie ooit voor het eerst in 1410 werd gehouden, is niet veel meer over. In de 16e en 17e eeuw werd kermisvertier toegevoegd en dat leidde door de jaren heen steeds meer af van waar het oorspronkelijk mee begon: een runderen markt.

Mooi dat de mart sinds 2017 als cultureel erfgoed wordt aangemerkt maar bij de uitbreidingen, o.a. een braderie-achtige warenmarkt, kun je – sorry ondernemers – vraagtekens zetten. Afschaffen dan maar? Nee, zeker niet maar een beetje terugbuigen naar de opzet van destijds zou het evenement geen kwaad doen. De fotopanelen met koeien die vorige week door de hele stad heen werden aangebracht vind ik zeker recht doen aan waar het uiteindelijk om te doen is.

We moeten van het gas af – ook op de grote weg, met hetzelfde milieudoel voor ogen, maar dat bedoel ik niet. De realiteit van nu haalt de ambities op ‘t punt duurzaamheid in. Ik ben er niet ongelukkig mee. Ik ben best milieubewust, hoop dat de aarde het heel lang uithoudt en gedraag mij er ook naar. Maar er wordt ons wat onzin voorgeschoteld. Stadsverwarmings-projecten leiden tot onenigheid, woningisolatie en verduurzaming in ‘van-het-gas-af-wijken’, door beperkte mogelijkheden ‘all electric’ uitgevoerd, kosten veel meer dan aanvankelijk begroot. Tegen zonneparken en windmolens is toenemende weerstand. Nog niet zo lang geleden was biomassa hét duurzame alternatief voor kolengestookte centrales, maar dat is al teruggedraaid. De aanvoer van ‘vuiler’ Russisch aardgas lost alles immers op?!

Zelf ben ik voorstander van ‘t volledig leegtrekken van de Nederlandse gasbel, met als belangrijkste voorwaarde de garantie dat de getroffen Groningers met huizenschade riant worden tegemoet gekomen.

In Duitsland zijn bij bruinkoolafgravingen tussen Aken en Keulen ruimhartige vergoedingen gehanteerd. Vanuit relatief modale woningen zijn de oud-bewoners in de behoorlijk luxe villawijk Neu-Manheim terecht gekomen.

O ja, en auto’s moeten voortaan elektrische aandrijving hebben, lekker CO₂ neutraal. Hij of zij die het voor de subsidie doet – misschien niet zo ethisch – is tenminste nog eerlijk.

Onlangs berekende BMW, dat zelf elektrische auto’s aanbiedt, dat iemand die wat meer km’s rijdt zowel financieel als qua uitstoot ‘t beste met zichzelf én de wereld voor heeft door ‘n moderne diesel te rijden. Want hun elektrische auto’s komen inclusief productie van accu’s et cetera ‘onder de streep’ aan een uitstoot van ongeveer 70 g/km. Dat is best mooi en véél minder dan ‘n kleine middenklasser die tussen 100 á 120 g/km uitstoot, maar geen 0 g/km zoals wordt beweerd.

Recent meldde Volvo heel eerlijk dat hun elektrische auto – type Polestar – pas na 50.000 km het omslagpunt bereikt waarop de CO₂ uitstoot minder is dan bij een auto op fossiele brandstof. Dat betekent éérst 3 jaar milieubelastend rijden waarna het pas milieuvriendelijke zoden aan de dijk zet! Grote vraag is: wat nu te doen? Elektrisch rijden afschaffen? Nou, dat gaat wat ver, maar zonder subsidie zou het wel eerlijker worden.

Op alle hiervoor besproken situaties kan het gezegde ‘volgende keer beter’ worden loslaten. Dat is zo’n typisch nuchter Hollandse reactie op zaken waar we gemakshalve maar een laconieke draai aan geven. Misschien wordt het met wat geven en nemen ‘volgende keer anders’.

Nico Ramaer


Vorige columns


Kwaliteit

Ruim twee maanden geleden brak er een stukje glas af van het hoekje van de AEG inductiekookplaat. Meteen zelf provisorisch gelijmd, maar mogelijk is er een professionele, mooiere oplossing. Dus die vraag gesteld aan AEG. Optimistisch snel kreeg ik antwoord via een retour-e-mail: ‘dank voor je aanvraag, we nemen z.s.m. contact met je op’ – tot heden niets meer vernomen.

Glasvervanging van dubbelglas in een schuifpui thuis en nog wat ander raamwerk voor een kleine € 3.000 door een leverancier uit Gouderak. De aanloop was prima, snel inmeten en aansluitend een eerste voorstel. Offerte en opdracht in juni voor akkoord getekend. Tijdens mijn telefonische contactpogingen in juli en augustus over de planning werd zeker drie keer beloofd terug te bellen, maar geen reactie ontvangen. Ook na fysiek bezoek aan het glasbedrijf een dergelijke toezegging gekregen, maar zonder enig resultaat. Uiteindelijk werd ‘n e-mailverzoek van mij begin september met excuses beantwoord:
‘het was heel erg druk en medio oktober kon ik contact opnemen om dan echt iets in te plannen’.

Nog iets met glas. In een kunststofpui van ons verhuurde huis in Rotterdam zouden 10 panelen worden vervangen door HR-glas door een nieuw bedrijf uit Woerden. Dat verliep redelijk snel.
Het oogt licht en ruimtelijk, missie geslaagd zou je zeggen. Maar als je wat beter keek leek het alsof het allemaal een beetje krap was ingemeten. Dat zou nog niet eens zijn opgevallen als de ruiten er kaarsrecht in zouden zitten; maar het merendeel van de ruiten is zichtbaar scheef gemonteerd. Bovendien ontbreekt een code in het aluminium van de spouw van het glas, een noodzakelijke aanduiding in verband met garantie. De klacht loopt nu.

Caroline Koetsenruijter is conflictexpert. Als mediator heeft ze al meer dan 12 jaar haar eigen bureau. Haar boek met de titel “Jij moet je bek houden” kreeg vorige maand ruim aandacht in nrc-next. Aanleiding daarvoor was onder meer het actuele, korte coronalontje.
In vergelijking met andere landen staan Nederlanders bekend om hun directheid. De doorgeschoten consumptiemaatschappij doet daar nog een schepje bovenop. Klant is koning en daarmee begint het allemaal. De consument schijnt assertiever te zijn dan ooit. Dat mag vanzelfsprekend, maar je kunt dit best op een correcte manier kenbaar maken. Scheldend de winkel inlopen om je klachten over een product of dienst aan te kondigen en te ventileren, helpt de problematiek niet.
Van veel inlevingsvermogen voor de mensen aan de andere kant van de toonbank is bij de consument weinig te merken.
Echter, ik wil hier toch ook eens de andere kant van het probleem belichten. Want er is vandaag de dag helaas vaak aanleiding om niet tevreden te zijn. Simpelweg door gebrek aan kwaliteit. Ik schets hierna enkele van mijn eigen ervaringen.

Dan Transavia. De door corona gecancelde vlucht begin juni gaf recht op een voucher. Het was sowieso een gedoe om de vlucht geboekt te krijgen want het was een cadeautje van de kinderen en dat liep via Flightgiftcard. Op het eerste gezicht een onderdeel van Transavia maar deze clubs werken geheel los van elkaar. Ik kon zelf de giftcard niet verzilveren – dus boeken – want dit moest via Flightgiftcard lopen. Na veel engelstalig e-mailgedoe over-en-weer en extra verhoogde administratiekosten van € 27 kreeg ik dan toch mijn boekingsnummer.
De coronadreiging heeft ons doen besluiten ons geld terug te vragen en de reis naar Spanje volgend jaar op een andere manier te maken.
De eerste stap om geld terug te kunnen vragen leek verdacht traag te verlopen.
Later bleek Transavia al eind mei uit eigen beweging de retourvoucher-code te hebben verstuurd naar… jawel, Flightgiftcard.
Formeel correct, want deze club had de tickets immers geboekt. Daar kwamen we pas begin september achter na contact met Transavia gekoppeld aan ons verzoek om het overgebleven bedrag van € 308 terug te storten. Flightgiftcard heeft dus al bijna vier maanden ‘ons geld op de plank’ liggen zonder dat wij daarvan weten. Je mag verwachten dat zij ons daarover zouden informeren, maar dat zal het verdienmodel wel in de weg zitten.
Hoe dan ook, snel incasseren zou je zo zeggen, maar zo simpel is het niet. Pas in de loop van oktober kunnen we contact opnemen met Flightgiftcard en een verzoek – in het engels – indienen om dat bedrag op onze rekening teruggestort te krijgen. Alles lijkt er op gericht om je zoveel mogelijk moeite te laten doen dat je er maar vanaf ziet. Uiteraard houden wij vol. Ook het mode bedrijf Floryday houdt er zulke fratsen op na. Moraal van het verhaal, nooit een Transavia flightgiftcard cadeau doen en nooit kleding bestellen bij Floryday.

Soms lopen dingen ook onbedoeld half verkeerd. Een provinciale belasting uit 2018 van nog geen € 20 bleek consequent – met herinneringen en aanmaningen – op het verkeerde adres te zijn bezorgd.
Pas toen er door een deurwaarder met beslag op de inboedel werd gedreigd hebben de ontvangers dát bericht wél aan ons doorgestuurd. De aanslag bleek met een boete van € 50 te zijn verhoogd. Na overleg met het incassobureau en uitleg over het verkeerde adres heb ik nog net op tijd alles betaald, inclusief boete. Tot mijn verbazing werd de boete van € 50 direct teruggestort. Aardig, maar ook onnavolgbaar.

Ongeveer 65 jaar geleden, ik was een jongetje van een jaar of acht, stond er boven de groentewinkel een soort reclamebord met de tekst ‘Kwaliteit Wint Altijd’.
Ik wist toen niet wat dat betekende, nu des te meer.
Niet alles was vroeger beter, maar soms denk je ‘was het maar 1955’.

Nico Ramaer


Overdrijven we niet een beetje?

De afgelopen maanden is er veel geschreven en te zien-en-te-horen geweest over racisme in Nederland. Standbeelden moeten weg, straatnamen moeten worden veranderd net als van sommige cultuurcentra. Namen van eetwaren en gerechten zijn niet langer acceptabel. Enkele jaren geleden begon ‘t gedoe met negerzoenen. Moorkoppen zijn niet gepast, ongetwijfeld zullen witte- dan wel bruinebonen binnenkort ook tot het verleden behoren. Boodschappen doen wordt sowieso ingewikkeld want wat te denken van bruinbrood, zwarte peper en boerenkaas. U kunt ‘t zelf bedenken.

Toch stemt het tot nadenken, want er komt nu wel erg veel op ons af. Het is jammer dat de heersende mening tendeert in de richting van: “……blanke mensen hebben zelf nooit racisme ervaren, dus met hun valt er niet over te praten”.

Als je ervaringen leest – enkele maanden geleden in Volkskrant Magazine in een interview met NOS Journaal lezer en journalist Simone Weimans en deze maand – ook in VK Magazine – met NOS Journaal verslaggever Gerri Eickhof, dan moet je wel geloven dat het zo is. Eickhof geeft aan er eigenlijk liever niet over te praten maar nu de Black Lives Matter beweging het ineens weer prominent op de agenda heeft gezet, ‘moet hij er wel over praten’ is zijn gevoel.

Black Lives Matter vind ik overigens een onprettige en vooral éénzijdige benaming van de problematiek. Ik dacht een sympathieker alternatief te hebben bedacht toen ik in een flits op de radio ‘mijn idee’ hoorde: “All Lives Matter”.

Uit oogpunt van communicatie, eigenlijk effectieve reclame, is de slogan Black Lives Matter wel goed gekozen. Je werd, zeker vroeger, geacht over-the-top te communiceren. Wasmiddelen resulteren in ‘schoon wasgoed’, maar ‘witter-dan-wit’ (sorry voor dit witte voorbeeld) klinkt toch echt krachtiger. ‘Door-en-door-schoon’ en ‘de-witte-tornado’ zijn ook aardige voorbeelden.
Kortom, ik snap de communicatiekracht van Black Lives Matter.

Toch staan de ervaringen van Simone en Gerri ver van mijn belevingswereld, wellicht enkele voorvallen daargelaten. Toen er – hier in Woerden – een jaar of twintig geleden een andere tandarts in de praktijk kwam, moest ik wel even slikken toen ik haar ontmoette. Een uitgesproken zwarte dame die ik met haar atletisch figuur eerder met het zusje van Nelli Cooman associeerde dan met een rol als tandarts. Maar al snel bleek dat Jennifer – zo heet ze – aardig en kundig is. Een kleine 40 jaar geleden zat ik eens in een Bilderberghotel en werd bediend door een aanstekelijk vrolijke zwarte ober. Hij leek sprekend op de toen behoorlijk populaire artiest Curtis Mayfield en ik zei dat ook tegen hem. Het leek mij ‘n soort compliment en hij beaamde de gelijkenis dan ook lachend. De andere aanwezigen verbaasden zich over zoveel durf bij mij.
Zo werd ik vorige week nog door iemand aangesproken die mij erg op Mr. Frank Visser vond lijken. Het was niet de eerste keer en zal nog wel vaker gebeuren; ik heb daar geen moeite mee. Zo zijn er ook mensen die mij wel eens vragen of ik ergens wat indisch bloed heb meegekregen. Weten doe ik dat niet maar kan het ook niet uitsluiten.
Sterker nog, wanneer ik – ook al weer wat jaren terug – samen met een collega met duidelijke ‘Indo’ trekken ergens kwam, dacht men steevast dat wij broers waren. Ik heb erg bruine handen en dat is dus direct zichtbaar. Kennelijk zo zichtbaar dat ik als kind op de lagere school – het zal rond 1955 zijn geweest, ik was een jaar of acht – enkele keren mijn handen aan het fonteintje in de klas met een harde borstel en zeep langdurig moest schoon borstelen. Het was de tijd dat schoolmeesters het zich permitteerden om leerlingen met de lineaal op de handen of vingers te slaan; zonder overigens consequenties van de kant van de ouders.
Zo’n donkere-handen-wassen-voorval zou nu waarschijnlijk als racisme worden aangemerkt en zou je er wellicht voor bij Op1 hebben mogen aanschuiven. Toen vond men dit ‘het sop de kool niet waard’. Een trauma heb ik er niet aan overgehouden.
Ondanks dat we alert moeten blijven op wat er niet goed gaat op dit gebied én dat we onszelf serieus rekenschap moeten geven van goed en kwaad, schakel ik weer terug naar mijn eigen belevingswereld en ervaring met racisme – en zeg: “Overdrijven we niet een beetje?”

Nico Ramaer


Virus

RPL Woerden besteedt in de aanloop naar bevrijdingsdag op 5 mei gedurende zeven weken aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen week ging het over de Jodenvervolging in Woerden. Professor Ultee deed een ontluisterend verslag dat door zijn moeizame ademhaling extra benauwend overkwam.
Allerlei voorbereidingen om 4 en 5 mei resp. te gedenken en te vieren moeten worden gestopt omdat nagenoeg alle gebruikelijke aandacht in het openbaar komt te vervallen. Dat is voor iedereen die daar bij betrokken is en al mee was begonnen een teleurstelling, des te meer omdat 75 jaar een kroonjaar is.
Zelf ben ik niet zo van de herdenkingen. Niet omdat ik zoiets niet serieus neem, maar omdat dit soort dingen al gauw wat routineus en obligaat overkomen. Maar wie hierbij juist een uiterst comfortabel gevoel heeft, moet zich niet laten afleiden door mijn visie.

Eigenlijk is de basis voor mijn overtuiging al meer dan vijftig jaar geleden gelegd en in de loop der jaren steeds sterker geworden. In de 60-er jaren moest ik in militaire dienst, zoals toen iedere gezonde jongeman verplicht was. Ik was van de lichting 66-5 maar door studieuitstel kwam ik begin 1967 op, lichting 67-1. Heel veel positiefs heb ik er niet aan overgehouden. De dagvergoeding bedroeg 45 eurocent – toen net genoeg voor koffie en een gevulde koek – en verder miste je minstens anderhalf jaar studie of werk, dus inkomen. Direct na de militaire opleiding ging je in het kader van ‘ervaring opdoen’ enkele weken naar de legerplaats Hohne in Duitsland. Niet zo erg ver daarvandaan lag het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen. Ik meen me te herinneren dat je daar heen kon op vrijwillige basis. Margot en iets later Anne Frank kwamen daar aan hun einde.
Toen ik daar ongeveer 22 jaar na hun overlijden min of meer in mijn eentje, op een kaal, heuvelachtig kil terrein stond, gingen de rillingen door mij heen die nog het beste te omschrijven zijn als een gevoel van absolute onmacht en verstikking. Daar kan geen kranslegging of toespraak door de koning tegen op.
Toen is bij mij het zaadje geplant voor mijn overtuiging “Laat maar, de rest is allemaal voor de Bühne”.

Anne Frank is in maart 1945 overleden aan vlektyfus, een bacteriële aandoening. Maar eigenlijk is zij aan haar einde gekomen door het Holocaust-virus, daar kan zelfs geen intensive care tegen op.
Een ander virus dat hier sterk aan gerelateerd is, is het anti-Palestijnen-virus. Dat grijpt meer en meer om zich heen. Wie het nieuws wat kritischer volgt, krijgt daarvan het nodige mee. Midden-Oostenexpert Carolien Roelants besteedt in haar NRC-rubriek ‘Dwars’ ook regelmatig aandacht aan dit fenomeen en een klein jaar geleden presenteerde oud-premier Dries van Agt het boekje ‘Palestina in doodsnood’.
Wie kennis neemt van de reeks pesterijen door Israel op de Westbank – zoals extra grenscontroles, afsluiting van de watervoorziening, gebiedsannnexaties en Israelische scherpschutters die Palestijnen door de knieën schieten – kan zich bijna niet voorstellen dat een volk dat zo is vernederd en vervolgd, zichzelf vandaag de dag zo te kijk zet. Meer uitgesproken tegenstanders spreken van wandaden en ernstige schendingen van mensenrechten. Maar eerlijk is eerlijk, Palestijnen zijn vast geen lieverdjes.

Hoe dan ook, “Wat gij niet doet dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” zou bij niemand bekender moeten zijn dan bij de bewoners en sympathisanten van Israel. Het krediet dat de Holocaust de Joden heeft verschaft, begint te tanen. Confessionele partijen – met name CU en SGP – lijken dit krediet als oneindig te beschouwen maar het begint echt op te raken.
Het lijkt me een goed idee om daar op 4 mei bij stil te staan. Bij de verschrikkingen die mensen elkaar, maar zeker de Joden hebben aangedaan. Maar bovenal ‘alle virussen de wereld uit’. Dus was je handen niet in onschuld en houdt voldoende afstand om de zaken zo objectief mogelijk te bekijken.

Nico Ramaer


Vrije uitloop

De afgelopen tijd was er veel landelijke aandacht voor de hondenbelasting. Weliswaar wordt nu voor algemene afschaffing gepleit maar gemeenten mogen zelf bepalen wat ze doen. Het hangt grotendeels af van hun handhavingsmogelijkheden. Als dát meer kost dan het opbrengt, laat dan maar zitten, schijnt nu de heersende mening te zijn. Mocht dát de reden zijn om maar van wetten en regelgeving af te zien is het hek van de dam.

Wel begreep ik dat de tarieven sterk uiteenlopen. In Den Haag zou je vijf keer zoveel verschuldigd zijn als in Woerden. Trouwens, waarom geen kattenbelasting? Vorige week liepen de gemoederen hoog op bij vóór- en tegenstanders in de Volkskrant. Of tarieven te maken hebben met het gedrag van het hondenbaasje, weet ik niet. Bij mij voor de deur doen diverse vreemde katten hun behoefte in de tuin en 20 meter verderop in het plantsoentje laten vrije uitloophonden regelmatig hun uitwerpselen vallen onder het welwillend toeziend oog van het baasje. Dat hondenbezitters uit een soort rancune – vanwege die belasting – met opzet hondenpoep niet zouden opruimen gaat er bij mij niet in. Het is een kwestie van mentaliteit en opvoeding. Ik zie dat veel uitlaters keurig met een zakje in de weer gaan. In eerste instantie een kleffe, vieze aangelegenheid maar het is ‘n handigheidje, veronderstel ik. In m’n diensttijd, 53 jaar geleden, werd je flink afgeknepen door de ‘oude stompen’. Plee’s en urinoirs met blote handen en nagels schoonmaken hoorde bij de ontgroening.  Kortom, ik ben wel wat gewend maar dat ik op visite bij hondeneigenaren mijn ‘oude broek’ aan moet doen vanwege de plukken haar en hondenkwijl stemt mij ongemakkelijk.

Er was afgelopen tijd sowieso veel te doen over het fenomeen ‘hond’. De problemen rond ‘t coronavirus worden primair gekoppeld aan vleermuizen, maar ‘t aanbod van exotisch vlees op Zuid-Chinese markten zoals hond, kikker en civetkat wordt óók gekoppeld aan deze virusproblematiek.

En dan is daar ineens, de truffel-snuffelhond. Nu kennelijk ook in Nederland gespot en gecultiveerd, niet in de laatste plaats om varkens te vervangen. Honden eten de truffels niet op, varkens wel. Een vroegere baas van mij riep over mensen die het met hun principes niet zo nauw namen “die is onbetrouwbaarder dan een varken met honger”.

Over snuffelhonden gesproken, Mechelse herders worden in Florida en Californië onder meer bij de citrusteelt ingezet om te ruiken of een boom besmet is met een schadelijke bacterie of een schimmel.

Nog meer hond.

Wat te denken van een nieuw soort hulphond. Een hond die op school verdrietige kinderen troost en meer saamhorigheid in de klas brengt?!

Dat gebeurt al in plaatsen als Vlaardingen, Hengelo, Hilversum en Zevenaar. In Roermond loopt een proef met een Labrador-pup. In NRC las ik dat een universitair docent van de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in mens-dierrelaties, de inzet van honden in ouderenzorg en onderwijs ziet toenemen.

Een hond kan ook leerzaam zijn, lees ik.

Bij dierverzorging kan ik me daar wat bij voorstellen, maar dat lezen óver een hond of rekenen, mét een hond erbij, leuker is dan zómaar lezen of rekenen komt bij mij wel wat zweverig over.

Ook kantoorhonden krijgen aandacht. Ik heb het zelf ervaren. Dat dateert van drieëndertig jaar geleden. Ik werkte net bij een groot internationaal reclamebureau met een mooi nieuw kantoor in Middelland-Noord in Woerden. Ruim, netjes, nieuwe stoffering, fris en licht. De directeur was vrijgezel én hondenliefhebber. Hij hield ook veel van vrouwen, maar dat terzijde.

Het jonge beestje liet hij natuurlijk niet alleen thuis in ‘n groot chique huis aan de Oude Rijn op Rietveld. Zielig voor een jonge hond en nog veel zieliger voor het mooie interieur in dat huis. Dus neem je zo’n  hondje mee naar kantoor.

Nou dat hebben we geweten. Het is bijzonder om dag in dag uit mee te maken hoe ’n pup kan ‘slopen’. Waterbakjes die door de ruimte vliegen, eten dat als een spoor – als ware het kleinduimpje – door het pand is terug te vinden. Een onbeheerde lunchtafel die beroofd wordt en wat te denken van weglopen. Hoewel het toen allemaal nog overzichtelijk en minder druk was op de Polanerbaan.

Overigens een ontzettend leuk beest dat ook de klanten die op bezoek kwamen deed smelten voor deze kleine doerak.

Wat zij niet wisten is dat wij vaak kort voor hun binnenkomst snel de hondendrollen op de beklede trap en de urinelekkage in de ontvangsthal moesten opruimen. En flink toiletverfrisser sprayen om de boel ‘n beetje te neutraliseren. Of het nu om showbusiness gaat of de reclamebranche, “the show must go on”. Kortom, vrije uitloophonden zijn van alle tijden.

Nico Ramaer


Bezorgd

Bij het horen van het woord ‘bezorgd’, denkt u waarschijnlijk dat ik mij ergens zorgen over maak. Iedereen heeft zo zijn of haar zorgen, maar daarop slaat het niet. Of misschien toch ook weer wel. Ik probeer het u uit te leggen.

Vorige maand kocht ik met mijn vrouw een nieuwe tweepersoonsmatras. Het oorspronkelijke all-in prijskaartje ging richting de negenhonderd euro, maar door een kortingsactie werd de negen een zeven. Precies een week geleden, 18 januari, werd het bed bezorgd door PostNL. Op de afgesproken tijd.
Nu wil het toeval dat op dezelfde dag Emma Curvers zich in haar column in het Volkskrant Magazine irriteert aan ‘de eindeloze verzoekjes om uw mening’. Om zich tegen deze golf van reviews te verzetten maakt zij de kachel aan met deze steeds verder toenemende nare marketinggewoonte van bedrijven.
Emma had het over de huisarts, ticketmaster en de bezorging van pakketten door PostNL. Vragen als ‘Zou u ons bij uw familie of vrienden aanbevelen?’ en ‘Wat kunnen wij verbeteren om nog hoger te scoren?’ spannen de kroon.
Ik kon mij voor 100% – over scores gesproken – in haar betoog vinden. De volgende dag, zondag 19 januari, ontving ik een e-mail van de firma Leen Bakker of ik de bezorging van het bed door PostNL wilde beoordelen. Bijna automatisch begon ik braaf vraag 1 te beantwoorden toen ik opeens ‘Emma’ voor me zag. Voor de duidelijkheid citeer ik haar: “Beste bedrijven, als jullie gewoon doen wat jullie adverteren, bijvoorbeeld mijn tv-meubel bezorgen, hoeven we het daarover wat mij betreft nooit meer te hebben. Als u geeft om mijn tevredenheid, stop dan met jengelen.” Ik heb de enquête gedelete en ga voortaan niet meer op dit soort verzoeken in. Mocht het om serieuze zaken gaan die mij écht betreffen, dan mag mijn mening gerust gevraagd worden. Ik kan mij voorstellen dat er na een maand gevraagd wordt of we prettig slapen op deze matras. Waarbij nog even op de aangeboden omruil- en terugbetalingsgarantie van 100 dagen wordt gewezen. Dan zou en passant kunnen worden verondersteld dat de bezorging netjes is verlopen. Wellicht komt deze vraag naar slaaptevredenheid nog en ben ik te vroeg in de pen geklommen.

Wat mij eigenlijk het meest verbaast, of beter nog ‘bezorgd maakt’ is dat het geven van een e-mailadres bedoeld om de factuur digitaal te sturen, de garantievoorwaarden o.i.d. en natuurlijk niet te vergeten de bezorginformatie, eigenlijk misbruikt wordt voor hún marketing- en reclamedoeleinden. Als men zoiets wil, zou een verzoekje vóóraf per e-mail – waarop je wel of geen toestemming voor een review kunt aangeven – wel zo elegant zijn. Ik ken een verzekeraar die het wel zo doet, dus het kan en bestaat wel!
“Maar je kunt je toch afmelden”, kan een tegenwerping zijn. Dat is wel zo maar dan ontvang je geen enkele informatie meer, en eerlijk is eerlijk, info kan soms interessant zijn. Bovendien kan je zoiets snel in de digitale prullenbak deponeren.

Voor alle reclamefolders die hier in de brievenbus vallen, geldt dezelfde behandeling. Je bent geïnformeerd en de papiercontainer is geduldig.
Trouwens, online winkelen, wat een verschrikkelijke en misleidende term is dat. Digitaal bestellen, dat is het, niks meer en niks minder. In mijn onnozelheid ging ik er eigenlijk vanuit dat dit soort “Wat vond u van ons?” onzin alléén bij online winkelen kon gebeuren.

Maar niets is minder waar. Gewoon ouderwets winkelbezoek – in dit geval bij Leen Bakker in Woerden – kan dus ook tot dit soort ‘verkeerde service’ leiden. U, als consument bent gewaarschuwd. Trouwens, als u winkelier bent is dit misschien ook een aardige tip.

Nico Ramaer


Pods

Bij het zien of lezen van het woordje ‘pods’ krijg ik associaties met iPod of Podcast en sinds kort ook met 3-in-1 Pods van Dash. Ongetwijfeld wordt met dat 3-in-1 een drievoudige werking aangeduid. Maar mijn herinnering daarbij zal voortaan doen denken aan de moeite die ik samen met mijn vrouw en zoon heb moeten doen om de verpakking open te krijgen.
Inderdaad, 3-in-1 betekende in dit geval dat er drie volwassenen tegelijkertijd aan een of ander slap plastic groen doosje stonden te rukken, te drukken en te knijpen om dit wonder van een ‘kindveilige verpakking’ geopend te krijgen. Wat uiteindelijk niet lukte.

Eerste reactie was om een schaar te pakken en het ding open te knippen. De tweede gedachte was om meteen een pissig bericht naar de service-afdeling van Procter & Gamble te sturen. Zowel van het eerste als het tweede zag ik af, want het is toch wat handiger om die rare wasbolletjes in een doosje, i.p.v. los, bij de wasspullen te bewaren en die service-afdelingen van tegenwoordig zijn er alleen maar op getraind om je juist niet van dienst te zijn, er van uitgaand dat ze een dergelijk probleem echt nog nooit zeggen te hebben gehoord.
Dus toch nog maar geprobeerd om het open te krijgen. Maar dan wel op mijn manier – die totaal niet overeenstemde met die handige icoontjes op de verpakking. In plaats daarvan maar eens flink trekken aan de beide zijkanten van het deksel. Er kwam zowaar enige beweging in. Al snel kwam ik tot de ontdekking dat – waarschijnlijk vóór het eerste gebruik – het dekseltje grotendeels was vastgelijmd. Met zo’n taaie kleefrand waarmee ook briefkaartjes in tijdschriften zijn gelijmd, maar dan met een 20 keer zo sterke kleefkracht.

Bij een tijdschrift ‘rol’ je a.h.w. zo’n plakdotje met één beweging weg. Hier moest ik millimeter voor millimeter de krachtige lijmresten met een pincet – én met groot geduld – stukje voor stukje los trekken. Het doosje kan nu makkelijk open en dicht maar dit gaat nu zo makkelijk dat van kindveilig totaal geen sprake meer is.
Nou speelt dat bij ons niet met kinderen van in de dertig en veertig. Maar toen de kleine Ramaertjes peuters waren, stonden de gevaarlijke stoffen gewoon in het keukenkastje. De kindveiligheid bestond gewoon uit een éénmalige, maar uiterst krachtige waarschuwing dat ze daar nóóit aan mochten zitten. Als ze een snoepje wilden en zochten, moesten ze dat gewoon even vragen. En het is goed uitgepakt.
Bij onze twee kleinkinderen is dat net zo gegaan.

Ik vind het best bijzonder dat er op dit soort zaken – bijvoorbeeld in tv-commercials – zoveel nadruk wordt gelegd. Temeer daar jonge ouders hun kroost van peuter- en kleuterleeftijd bijna achteloos parkeren in bakfiets-fietsen en zich met doodsverachting in het verkeer storten, om maar te zwijgen van de Stint. De dodelijke blikken die je als medeweggebruiker van deze kindertransportondernemers krijgt toegeworpen zijn veelzeggend. De moeder met kinderwagen die in een verder uitgestorven straat toch precies vóór jouw auto of scooter ferm het zebrapad opstapt, herkent u ongetwijfeld ook. Niet meer dan drie tellen geduld opbrengen en zij bouwt als ouder een ongekend kindveilige situatie in.

Over pods gesproken, deze column kunt u nalezen of nogmaals beluisteren op de RPL-site. En naar verwachting zullen deze columns binnen enige tijd daar ook als echte podcast verschijnen. Alles uiteraard geheel kindveilig.

Nico Ramaer


Welbehagen

Dit zijn de donkere dagen van bezinning. Ondanks mijn protestante achtergrond – waarin zelfs een gereformeerde lagere school een plek kreeg – ben ik onvoldoende thuis in de materie om het Bijbelse evangelie te duiden. Ongeveer een halve eeuw geleden heb ik er afscheid van genomen, maar wat er die eerste dikke twintig jaar is ingestopt, is er nog niet helemaal uit. Wat dat evangelie betreft, 4 evangeliën – in de gebruikelijke volgorde Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes genoemd – strijden om voorrang.

In het engelenlied ‘Ere zij God’ is de strofe “in de mensen een welbehagen” veelbetekenend. Bij de ‘waarom-vraag’ gaat de ene uitleg uit van het welbehagen dat God heeft in de mensen. De andere uitleg vertaalt dat welbehagen in het naar mijn mening nogal voorwaardelijke ‘in mensen van goede wille’.
Op die manier neigt welbehagen bij mij naar onbehagen. Ik laat het lekker over aan al die theologen, voorgangers, dominees, pastors en evangelisten, die deze dagen ongetwijfeld weer ijveren voor hun eigen gelijk. Want nergens lijken er zo weinig onderlinge overeenkomsten in de evangelieduiding van de soms miniem, soms flink van elkaar verschillende 4.000 Nederlandse kerkgemeenten.

Over dat ‘voorwaardelijke’ wil ik het even hebben. De emotie die een doodgereden kind een straat verderop teweeg brengt is groter dan de veertig doden bij een busongeluik in Mongolië. Zo werkt het nu eenmaal en eerlijk is eerlijk, ook bij mij. Maar dat de mate van emotie al wordt voorgebakken door de media, vooral in het nieuws op radio en tv, vind ik stuitend.
Een voorbeeld: “Er is een passagiersvlieguig met 78 inzittenden neergestort in Soedan. Waarschijnlijk heeft niemand de ramp overleefd. Voor zover bekend waren er geen Nederlanders aan boord.”
Met andere woorden ‘niets aan de hand’, u kunt gewoon zonder enige empathie of emotie doorgaan met waar u mee bezig was.
Nóg een voorbeeld: “Bij het bootongeluk op de Hudson rivier zijn mogelijk toch Nederlanders betrokken. De lijst van vermisten is nog niet vrijgegeven. De ambassade in New York hoopt snel meer duidelijkheid te kunnen verschaffen.” Ai, eng zoiets. Dus reserveer vast een beetje emotie.

Mogelijk nog ergerlijker vind ik het onderscheid tussen mannen en vrouwen-en-kinderen in de berichtgeving. Het Hawija bombardement in Irak in 2015 is daar een voorbeeld van. Het officiële bericht luidde dat daarbij “zeventig burgers waren gedood, onder wie 22 vrouwen en 26 kinderen.” Mannen zijn kennelijk de moeite niet waard, althans niet om specifiek te noemen. Zij verdwijnen als het ware anoniem ‘in’ die zeventig burgerdoden. En áls u het toch wilt weten, reken het dan zelf even uit, ja?!
En zo kan ik nog wel even doorgaan. Gek genoeg is het bij dierenleed een ander verhaal.
De filmpjes op tv over zielige zwerfhonden in Zuid-Europa en afgebeulde ezels in het Midden-Oosten, waarbij ook nadrukkelijk om geldelijke steun wordt gevraagd, maken géén onderscheid. Zielig is zielig.

Het zou zo’n mooi voornemen zijn om dat welbehagen, dat gevoel en die empathie voor anderen, in onvoorwaardelijke vorm toe te passen in ons denken en doen. Ik ga het proberen. Op naar 2020.

Nico Ramaer


Tradities

Als je het over tradities wilt hebben is de week van de koeiemart een logisch moment. De vraag die je daar bij kunt stellen is: “Wat is nou eigenlijk een traditie?” Of beter nog: “Wat wordt een traditie of waarvan gaan we afscheid nemen?” Tenslotte is de lijst van immatrieel cultureel erfgoed in Nederland dynamisch. De Woerdense koeiemart is in 2017 aan deze erfgoedlijst toegevoegd.
Ongetwijfeld gaan we de boerenprotesten snel op die lijst terugvinden. Uiteraard is het Malieveld daarbij een voorwaarde. Een vruchtbare plek waar protest kennelijk tot wasdom komt want woensdag a.s. komen bouwbedrijven naar Den Haag. Ze moeten lopend het veld op want de boeren hebben mogelijk al verzakkingen veroorzaakt in de onderliggende parkeergarage. Nog even en je stapt in de catacomben zó de smurrie in. Vooral Groningse boeren zal het extra goed doen te vernemen dat er nu meer verzakkingen vlakbij het regeringscentrum worden gevreesd. Lekker puh, Rutte en Wiebes!
De boeren hier in de regio hadden de Nederlandse vlaggen op z’n kop opgehangen, zag ik. Toen ik nog in militaire dienst zat, medio de 6o’er jaren, was het vlaggenritueel heiliger dan de paus en had een dergelijk oneerbiedig protest je zeker 14 dagen ‘achter de wacht’ opgeleverd.

Tijdens de koeiemart, afgelopen woensdag was er niks aan de hand. De koeienkeuring is nog een restant uit vroeger tijden. Aanvankelijk waren er nog een aparte paardenmarkt en een aparte koeienmarkt. Enkele eeuwen geleden werden die samengevoegd tot één markt; duizenden paarden en koeien bevolkten de Woerdense binnenstad onder de noemer ‘koeiemart’. Tot 2003 stonden er nog overal koeien. De huidige koeiemart is dus eigenlijk nog slechts een symbool opgeleukt met wielrenners, een kermis, veel stalletjes en de gebruikelijke eetbare lekkernijen: snert, poffertjes en óók kristaljons – kleine rozijnenbollen met roomboter, kaneel en kristalsuiker – schijnen daarbij te horen.
En wie denkt dat snert een Hollandse traditie is, zit er mooi naast want in Suriname eten ze veel vaker erwtensoep dan wij hier. Sterker nog, er wordt geclaimd dat het van oorsprong zelfs dáár vandaan komt. Als dát maar goed gaat.
Peperkoek en speculaas zijn lekkernijen die zomaar eens op de tocht zouden kunnen komen te staan. Want wij koppelen dat aan Sinterklaas en dan is het oppassen geblazen. Over drie weken is zijn intocht. Raar, ‘Sinterklaas’ staat niet op die culturele erfgoedlijst. Opmerkelijk want al 50 jaar vóór goedkeuring door Jan van Beieren in 1410 voor de koeiemart was er in oude documenten al sprake van ‘n Sintviering. De oudste vermelding dateert uit 1360 in Dordrecht en iets later in Gouda. In documenten van kort na 1400 is er sprake van dat kinderen werden gefêteerd met “honiq en ‘klaas’koek”.

Graag zouden de Woerdenaren de koninklijke bezoeken aan Woerden tot een traditie verheffen, maar van veelvuldig bezoek aan Woerden door leden van het Koninklijk Huis is geen sprake. In 1972 was het prinses Beatrix die een werkbezoek aan de kaasmarkt bracht. In 1980 opende zij ‘t Hofpoortziekenhuis, in 2005 kwam zij hier om het net vernieuwde Plein te bekijken. In 2017 was koning Willem-Alexander bij de politie voor een werkbezoek. Een uitnodiging aan hem om afgelopen september ‘t Kunstparkfestival in het Westdampark te bezoeken, liep op niets uit. Misschien stond het idee om het park voor één dag tot “vrijstaat” uit te roepen hem niet aan. Drukke agenda of zoiets? Vast wel!

Maar voor een officieel bezoek van een koningspaar moeten we 65 jaar terug; dat was in 1954 toen koningin Juliana en prins Bernhard op bezoek kwamen. Kort door de bocht, Willem-Alexander en Maxima komen vaker in India dan in Woerden.
De hoop is nu gevestigd op 2022 als Woerden 650 jaar stadsrechten heeft en de Historische Spelen worden opgevoerd.
Misschien is tegen die tijd de hoeden-parade van Maxima wat geluwd. Want je moet er niet aan denken dat ze met een verbouwde kaas op haar hoofd gaat rondlopen. Dat laten we aan oranjesupporters over. Die hebben verstand van molentjes, klompen en dat soort dingen. Goed beschouwd ook een traditie.

Nico Ramaer


Boeren helpen Binnenhof 16 oktober met vervroegde verbouwing

Zo’n 65 jaar geleden wilde ik boer worden. Als ventje van een jaar of zeven zag ik de romantiek van het boerenbestaan kennelijk wel zitten. Mijn vader begon mij al plagerig Geert te noemen. Terugkijkend…., had ik het maar gedaan, dan had ik nu tot de ‘happy few’ van ‘t land behoord. Hoe zo, happy few? Daar kom ik zo op terug.

Vorige week was het boerenprotest op het Malieveld een groot succes, aldus het organiserende Farmers Defence Force. Eergisteren was er een spontane protestactie in de Achterhoek. Aanstaande woensdag is het weer raak: dan is het Haagse Binnenhof aan de beurt. Het zit de boeren vooral dwars dat juist zij in alle rumoer rond de stikstofuitstoot de zwarte Piet krijgen toebedeeld.
O ja, de ‘happy few’.
Of boeren daadwerkelijk onderbetaald worden voor hun ongetwijfeld harde werken, lijkt op basis van statistieken niet het geval. NRC zette enkele dagen terug – in een kort artikel – uiteen of de boeren een beetje kunnen rondkomen. Daarom wilde ik nu wel eens weten of ‘t gezegde “goed geboerd hebben” – wat betekent: vooral financieel succesvol zijn geweest – ergens op is gebaseerd.
Wel, als u dinsdag 1 oktober langs de A12 bij Den Haag was gaan staan, had u ongeveer 400 miljonairs voorbij kunnen zien rijden; 18% van al die tractoren. Of ik soms in de war ben met de Miljonair Fair – die tegenwoordig Masters of Luxury heet? Nee dus! Zo beweert het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Er reden 2200 tractoren op de weg. Volgens het krantenartikel dat cijfers gebruikt van het CBS is 18% van alle miljonairs in Nederland actief in de landbouw. Onder álle werkenden in Nederland is dat 1,5%. Boeren hebben gemiddeld ‘n inkomen van € 42.000, de gemiddelde werkende Nederlander komt aan € 34.000.
Máár…. eerlijk is eerlijk, ruim een derde (36%) van de boeren zit onder het wettelijk minimuminkomen van ruim 19.000 euro. Vanuit mijn eigen kring werd dit bevestigd; de nog jonge boer in kwestie heeft er een baantje bij, om rond te komen.
Toch genieten boeren – of genoten, zeker tot voor kort – voordelen die je als gewone burger niet hebt. Op diesel die in tractoren verstookt wordt, rust een aanzienlijk lager accijnstarief zolang het gebruik overwegend bedoeld is voor buiten de openbare weg. Ze tuffen er hier in de buurt overigens lustig op los óp de openbare weg; soms denk je dat ze er de boodschappen mee doen. Een kentekenplicht – samen met een soort APK – is pas sinds begin 2018 ingevoerd. Wie overigens vooral kentekenplaten op die 1 oktober-stoet tractoren heeft gezien, mag het zeggen.

Als stevig saneren van de boerenbedrijven zou helpen om de stikstofuitstoot meteen sterk te reduceren mag van mij de voorgestelde maximum snelheid van 100 km/u direct ingaan en desnoods terug naar 80. Maar dan wel boter bij de vis.
Dus niet zo’n vaag Remkes-adviesje.
Samen met zijn enigszins hoorbaar spraakgebrekje en een nog altijd relaxte herkenbare Groningse tongval is dat kennelijk goed genoeg om burgemeester van Den Haag te worden.
Het is algemeen bekend dat boeren zich veelvuldig ophouden in de kringen van de christelijke partijen, zoals CDA, SGP en de ChristenUnie.
Als dat oerchristelijke solidariteitsgevoel nou eens in de praktijk vertaald zou worden naar een verdeling van de boerenrijkdom. Dus als elke van die 18% landbouwmiljonairs nou eens twee van die 36% arme boeren zou compenseren, dan is díe ongelijkheid al vast opgelost.
Daarnaast, door een ander dieet met minder vlees en meer peulvruchten kunnen onze Nederlandse boeren die 17 miljoen Nederlanders voeden met producten van, en uit, eigen land zo berekenden Wageningse landbouweconomen een paar jaar geleden. Waar wachten we nog op?

Nico Ramaer


Elektrische zwaargewichten – PAS op de plaats maken?

Kort geleden heb ik voor het eerst op een elektrische fiets gereden. Als verklaard tegenstander van deze wijze van voortbewegen voelde ik mij wel een soort verrader van mijzelf. Dit probeersel in de tamelijk heuvelachtige Deutsche Weinstrasse heeft me wel wat wijzer gemaakt. Zodra je van ‘het vlakke’ weg bent, waar het allemaal vrij makkelijk fietst met zo’n batterij onder je achterste, komt het toch op echt fietsen aan. Zorg voor een klein verzet net alsof je ‘gewoon’ fietst, want alleen dán doet de elektrische ondersteuning het naar verwachting; een grote versnelling met turbo-ondersteuning werkt nauwelijks.

De eerste dag reed ik nog op een trekking-bike met 7 versnellingen. Best zwaar maar voor iemand die redelijk fit is te noemen, is ‘t te doen maar het vergt wel wat van je lijf. Voordeel, je hebt geen zorgen over je accu, want dat is een aspect bij elektrisch rijden met grotere ondersteuning en langere ritten, zoals mijn vrouw de tweede dag ondervond. Nog een minder plezierige eigenschap van de elektrische fiets, ‘t is ’n zwaar apparaat; dat voel je vooral in de stad waar je wat nauwkeuriger moet manouvreren.

En dat gewicht brengt mij bij een probleem van alle elektrische voertuigen. Ik geloof graag dat de accutechnologie stappen voorwaarts maakt en dat de zogeheten ‘range’ zo veel zal toenemen dat angst om voortijdig leeg-komen-te-staan zal vervagen, maar voorlopig is het nog niet zo ver!
Vooral bij auto’s speelt dit nu nog vrij sterk. Op een fiets is het ook onhandig maar met wat extra inspanning en extra zweetproductie kun je in beperkte mate nog verder.
Bij een auto is zoiets echt ‘einde oefening’. De oplaadmogelijkheden onderweg zijn doorgaans beperkt en zeker in het buitenland kun je van een avontuur spreken. Bijvoorbeeld een rit van Nijmegen naar de Vogezen, ongeveer 500 km. Autotijdschrift Autovisie sprak laatst bij een test gedurende deze rit over ‘laadpaalstress’ en “het gaat niet alleen om de auto’s, maar meer nog om de snellaadinfrastructuur”.
Opladen duurt lang en je moet ook geen ‘wachtenden voor u’ hebben. Op dit testtraject adviseert het blad bij een dergelijke reis rekening te houden met 1 á 1½ uur extra reistijd ten opzichte van een gewone brandstofauto. Met name richting Frankrijk kan daar zomaar 3 á 4 uur extra bijkomen, dus totaal zo’n 4 á 5 uur (op)laadtijd.
De geteste auto’s, Audi, Mercedes, Jaguar en Tesla, kosten allemaal € 100.000 plus. Kijken we naar het gewicht dan zitten deze gladiatoren richting 2.500 kilo.
Grote kans dat uw kleinere middenklasse auto ongeveer de helft weegt, of nog wel wat minder.
Juist vanwege die hoge gewichten zijn de ongelukken met deze zware EV’s ernstig. In Duitsland gaan nu stemmen op om zware auto’s – zeker de grote SUV’s – uit de stadscentra te weren. Want ook die klasse legt veel gewicht in de schaal; een BMW X7 weegt meer dan 2.400 kg en is nog niet eens elektrisch. Een weliswaar hybride – dus deels elektrisch aangedreven – Range Rover laat de schaal bij 2.600 kg stoppen.

Kleinere EV’s, zoals een Kia e-Soul en een Nissan Leaf e+ wegen duidelijk minder, zeg rond 1.650 kg.
Een stuk beter dus maar ook hier blijft de laadpaalstress onverminderd aanwezig. Hoe het met de stress in úw portemonnee gesteld is weet ik niet, maar deze best ‘sympathieke karretjes’, vergen toch nog een forse uitgave van € 45.000 tot € 50.000.
Wie de helft van een dergelijk bedrag aan een auto kan uitgeven, is al geen armoedzaaier in mijn ogen. Leuke alternatieven zoals een Ford Fiesta en een Renault Clio kosten – van veel accessoires voorzien – zo’n € 25.000, wegen minder dan 1.100 kg, verbruiken rond 1 op 20 en hebben daarbij ook nog eens een heel sociaal geachte CO2-uitstoot.
Nu is het natuurlijk even afwachten wat de invloed is van het PAS besluit – dus stikstof belasting – op ‘elektrisch’. Als ik u was zou ik maar vast meer aan fitness gaan doen, als u begrijpt wat ik bedoel.

Nico Ramaer


De laatste zuil van Nederland

In het Catharijneconvent in Utrecht is t/m 22 september de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ te zien, zo stond deze week in nrc.next. Hoewel internet en smartphone een kantelpunt zijn gebleken en de kunstwerken laten zien dat de reformatorische wereld inmiddels in de postmoderne tijd is beland, staat de zuil nog als een huis. Deze constatering werd vorige week nog eens bevestigd in dezelfde krant.

Een geïnterviewde huisarts uit Streefkerk, Biblebelt-dorp in de Alblasserwaard met veelal bevindelijk gereformeerde inwoners waar ook de laatste polio-uitbraak plaatsvond, verklaart dat zijn patiënten veelal protestants-christelijk zijn en juist daarom graag naar het protestants-christelijke Ikazia ziekenhuis gaan. “Die gaan echt niet naar het katholieke Franciscus”, aldus de dokter.

Wat is er aan de hand? Kort gezegd dreigt het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam-Zuid op korte termijn door haar ingekochte zorg te raken omdat het ziekenhuis zo populair is bij protestants-christelijke patiënten uit de regio. Op website “Zorgkaart” scoort het Ikazia een 8. Twee nabijgelegen ziekenhuizen, ook Rotterdam, scoren een 7,4 en het Erasmus MC een 7. Zelf heb ik goede ervaringen met het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam-Noord en dat scoort een 7,9. Min of meer gelijkwaardig dus aan het Ikazia maar het grote verschil zit in de geloofsovertuiging.

Om in het jargon te blijven, het is een ‘zegen’ voor een kleinere stad als Woerden waar dit niet speelt. Voor een deel wél zelfvoorzienend op gebied van ziekenhuiszorg maar zonder die geloofsproblematiek.  Toch las ik onlangs tot mijn verbazing dat veel mensen een dergelijke keuze juist een groot goed vinden. Sterker nog, een voorwaarde. En ik maar denken dat de verzuiling grotendeels voorbij was. Dus dook ik er verder in. Zo stuitte ik op ‘n artikel in ‘t Reformatorisch Dagblad uit 2015 over Gelovige Ziekenhuizen.

In dat artikel komt naar voren dat ‘het ziekenhuis als zodanig’ is ontstaan vanuit de christelijke traditie. De eerste ‘gasthuizen’ werden vanaf de Middeleeuwen vanuit kerken opgericht. Het waren vooral ziekenzalen voor de armen. Artsen hadden hun praktijk aan huis en gingen in het gasthuis de beddenrijen langs. Door toenemend gebruik van voortschrijdende techniek en verdere specialisatie kwamen de artsen ín het ziekenhuis te werken en ontwikkelde het gasthuis zich tot een complex medisch-technisch bedrijf, het huidige ziekenhuis. Doorredenerend wordt dan ook de vraag gesteld: “Heeft het besturen van een ziekenhuis nog iets met geloof te maken?”

Daar is onder meer in Duitsland onderzoek naar gedaan en dit verklaart dat in protestante ziekenhuizen complexere behandelingen worden gedaan dan in katholieke. Bij de katholieken worden wel meer, dus grotere aantallen patiënten behandeld. Dat zou een bewuste strategie zijn die voor een belangrijk deel stoelt op de geloofsovertuiging. Ik heb hier nooit bij stilgestaan, maar doorverwijzingen naar het Ikazia ziekenhuis betreffen vooral hartpatiënten die behandeld willen worden door goede cardiologen. Nou is cardiologie best een complexe materie, dus lijkt het verhaal wel te kloppen.

Tot slot wordt in het Reformatorisch Dagblad nog gesteld dat neutrale organisaties simpelweg niet bestaan omdat er geen neutrale mensen zijn. Alleen wie antwoord kan geven op de vraag waarom hij op deze aarde is, heeft toekomstperspectief. Dat er in het Rotterdamse Oogziekenhuis, waar de schrijver van het artikel – ‘n protestants-christelijke Zeeuw – werkt, én grote aantallen én vergaande specialisatie worden geleverd wordt op het conto van de Nederlandse poldertraditie geschoven.

Het zóu kunnen en dat is maar goed ook, lijkt mij. Want wie door een ongeval of een plotseling ernstig voorval in een “112-situatie” verzeild raakt, is niet bij machte om het geloof of de achtergrond van de hulpverlener dan wel de hulpverlenende instantie even na te trekken. Of nog erger, eventueel op basis van een ‘mismatch’ de geboden hulp te weigeren. Zo bezien krijgt de naam Streefkerk aan het eind van dit verhaal ineens een veel diepere betekenis.

Nico Ramaer


Handhaven

Natuurlijk, we kennen allemaal “je maintiendrai”, de wapenspreuk van Nederland sinds 1815. In gewoon Nederlands “Ik zal handhaven”. Nou was er de laatste weken wel wat te doen rond handhaving. Wat te zeggen van het vuurwerkverbod, althans het tijdsvenster waarbinnen het afsteken was toegestaan. Dat wordt al jaren aan de laars gelapt en dus is er niets nieuws aan de hand. Er wordt – wat uitzonderingen daargelaten – ook niet erg fanatiek gehandhaafd. En in Woerden? Daar worden wel wat parkeerders dwarsgezeten door enkele “vlees-nog-vis-agenten”, beter bekend als BOA. Daar zijn er 24.000 van in Nederland. In Amsterdam zou ongeveer 40% van deze dames en heren fysiek worden lastig gevallen. Maar echt handhaven, zoals een groep mariniers in 1970 de Dam in Amsterdam schoon veegden, wat je er ook van vindt, is er niet bij. Ja, op Rotterdam Centraal moet je geen pink verkeerd bewegen, want dan heb je gelijk drie man om je heen. De spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt.

SP Tweede Kamerlid Ronald van Raak werd onlangs op radio NPO1 geïnterviewd over Handhaven. Kort daarop werd op dezelfde zender CDA Tweede Kamerlid Chris van Dam over hetzelfde onderwerp naar zijn visie gevraagd. De brandstapelgebeurtenissen in Scheveningen en het steeds vaker en steeds heftiger lastigvallen van hulpverleners waren aanleiding voor deze gesprekken. Van Dam is ME’er geweest én officier van Justitie. Hij is een man van ‘law en order’. Toch stelt hij, net als in grote lijnen Van Raak, dat je de wetgeving in Nederland moet afstemmen op de uitvoerbaarheid. Kortom, of de wetten te handhaven zijn. Een zeer pragmatische insteek die naar mijn idee totaal geen recht doet aan het gevoel, de behoefte én de overtuiging die er onder velen van ons leeft. Wanneer je de hufterigheid in de samenleving negeert en een nijpend tekort aan handhavingspersoneel voor lief neemt met als gevolg ‘wat minder streng handhaven’, dan gaan we de verkeerde kant op. We willen geen Filippijnse Duterte-achtige toestanden, maar stevige sancties zou wel eens kunnen helpen.

Een heel andere vorm van handhaven werd zondag 6 januari 2019 duidelijk. Toen werd ons de vertaling van de twee jaar eerder opgestelde Nashville-verklaring gepresenteerd. Hoe je het ook wendt of keert, het is een spijkerhard pamflet tegen alle lhbt’ers en het homohuwelijk binnen de streng-christelijke gemeenten. Er is in korte tijd al van alles over gezegd en van gevonden. Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas, beoordeelt de Nashville-verklaring als ‘ongevoelig en bijna niet theologisch te noemen’. Dat maakt het onduidelijk waarop de auteurs zich baseren. Duidelijk is volgens Paas dat de Bijbel niet eenduidig is over seksualiteit. Enerzijds zou je dan verwachten dat er voor de strenger gelovigen toch een nuance mogelijk is, zeker in 2019, maar daar laat de Nashville-verklaring geen ruimte voor. Dus wie niet vóór ons is, staat buiten de groep. Uiterst pijnlijk voor een grote groep conservatieve gelovigen die ten aanzien van seksuele geaardheid wat flexibeler door het leven gaan, maar nu dreigt dat we hen het verkeerde etiket opplakken.

Anderzijds geeft Paas in nrc.next aan dat het Nashville document mogelijk door veel meer mensen wordt gesteund, dan nu uit de eerste tegenreacties naar voren komt. Ik sta op het standpunt dat mensen de vrijheid moeten hebben om hun overtuiging te uiten; ook al is de onderbouwing niet ‘sluitend’. Maar soms is overtuiging niet te verklaren en is het slechts een gevoel.

Kees van der Staaij kon mij maandagavond bij Jinek niet overtuigen. Ik had de indruk dat hij uiteindelijk toch om de hete brij heendraaide. Een soort aanzet van zijn kant om er toch nog over te kunnen praten kwam op mij gekunsteld en plichtmatig over. Meer respect had ik kunnen opbrengen voor duidelijker stellingname van zijn kant. Bijvoorbeeld: “Dit is wat het is, en daarmee basta”.

Een soort “je maintiendrai” want u denkt toch niet dat Kees na een goed gesprek ‘om’ is.

Nico Ramaer


Voor het multiculturele blok gezet

Politiek café RPL-RuitenTroef had vorig jaar als discussieonderwerp de ‘inclusieve samenleving’ op het programma staan. De panelleden vertegenwoordigden hun van oorsprong Kroatische, Marokkaanse, Chinese, Molukse en Surinaamse culturen, maar bleken stuk voor stuk op en top Nederlander. Geen centje pijn, zogezegd. Was dit een gemanipuleerde selectie van de organisatie of gewoon geluk dat de uitzondering op de regel bevestigde? Eerlijk gezegd had Ik meer vuurwerk en discussie verwacht, maar dat bleef uit. Of het moest de kleine oprisping zijn over Zwarte Piet vanuit Surinaamse hoek.

Mijn voorgevoel van toen werd onlangs door minister Blok bevestigd, dan wel wakker geschudt. Ondanks het gepolijste samenzijn bij RPL-RuitenTroef destijds bleef ik het gevoel hebben dat het er in de praktijk vaak wat minder fraai aan toegaat. Blok had naar mijn overtuiging wel wat nuances mogen aanbrengen. Zo zou je kunnen zeggen dat de multiculturele samenleving nog niet is geslaagd, maar mislukt is wel erg cru gesteld. Ik begrijp dat het uit diplomatieke overwegingen nodig was om flink gas terug te nemen en excuses te maken, maar het maakt Stef Blok met zijn partij- en coalitiegenoten incluis ongeloofwaardig. Maar het kabinet mocht niet vallen en dan lever je gewoon je principes in. Ik denk dat de VVD hierdoor een gouden kans aan zich voorbij heeft laten gaan. Juist door het kabinet nu te offeren waren wellicht nieuwe verkiezingen noodzakelijk geweest en was de VVD riant gegroeid.

Hoe dan ook, hoe het echt zit met Blok blijft een raadsel. Columnist Jasper van Kuijk bracht dat twee weken terug in de Volkskrant nog onder de aandacht. Hij besloot zijn column met de zin “En ik weet nog steeds niet waar Stef Blok staat.” Ik veronderstel dat Jasper de heer Stef Blok terecht kritisch volgt maar ook na alle excuses en nuanceringen door Blok nog “geen chocola kan maken” van diens echte standpunt. Toen Blok enkele jaren geleden – ook in functie als minister – politiek café RPL-RuitenTroef in het kader van de VVD verkiezingscampage bezocht, vond ik de kwalificatie ‘saai’ het beste bij hem passen. Terug naar de column in de Volkskrant. Daarin viel te lezen dat hij, Jasper, de multiculturele samenleving zoals we die nu kennen best wel geslaagd vindt en daarmee afstand neemt van de oorspronkelijke uitspraken van Stef Blok. Prima, maar het argument van Jasper van Kuijk vind ik uitgesproken cynisch want hij stelt dat “het niet verwikkeld zijn in een burgeroorlog” in landen met intern andere taalculturen zoals België, Luxemburg en Zwitserland, model staat voor een geslaagde multiculturele samenleving.

Als dát de norm is, valt de oorspronkelijke visie van Blok nog mee.

Nico Ramaer


Privacy, gelooft u er nog in?

Vandaag over vier weken is de nieuwe wet AVG al van kracht, de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De huidige wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt dan als het ware vervangen. De afkorting GDPR doet ook de ronde maar dat is feitelijk de Engelse term voor hetzelfde: General Data Protection Regulation.

Vanzelfsprekend heeft iedereen recht op degelijke privacy. Het is echt onverteerbaar te horen dat sportverenigingen de ledenbestanden – bijvoorbeeld de tennisbond KNLTB – verkopen aan geïnteresseerden. Nu begrijpt u wellicht waarom u te pas en helaas vaker te onpas mailtjes krijgt over nieuwe sportschoenen en sportkleding. Het is maar één voorbeeld en u weet dit zelf met tientallen of nog veel meer aan te vullen. U ervaart dat waarschijnlijk als niet welkom of zelfs irritant, maar het stelt erg weinig voor in vergelijking met identiteitsfraude; vaak ook ingegeven door dit soort gegevenshandel. Al met al is het goed dat er zorgvuldig met persoonlijke gegevens wordt omgesprongen. Maar, ondanks alle prachtige stappenplannen, privacyverklaringen en aanpassingen van allerlei algemene voorwaarden, blijft het een papieren tijger.

De recent via een referendum op scherp gezette ‘sleepwet’ waarmee de MIVD en AIVD u en mij beter zouden kunnen beschermen tegen dreigend terroristisch onheil wordt waarschijnlijk aangepast. De afgetapte telefoongegevens worden geen drie jaar bewaard maar slechts één jaar, waarbij die dan nog twee keer een jaar – naar behoefte – kunnen worden opgeslagen. Ziet u het verschil? Ik niet zo erg. Ook in de nieuwe AVG wet zitten rare dingen die hier wel een beetje op lijken. Voor bedrijven, verenigingen en gemeenten is het nog een heel gedoe.

Wie denkt aan afluisteren zal waarschijnlijk snel geneigd zijn Rusland, Amerka of Noord-Korea als eerste te noemen, maar Nederland is al jaren ‘t land waar de meeste telefoontaps worden geplaatst. U gelooft toch niet dat dit onder de nieuwe wet ineens drastisch verandert. Facebook, Instagram en ook andere sociale media zijn geheime diensten op zich. De geheimzinnige en onzichtbare facebook-pixel zegt wat dat betreft genoeg. AH, Jumbo, Media Markt en C&A weten ook heel veel van u; zoiets kán handig zijn. Begin deze maand kwam naar buiten dat inzage door onbevoegden in elektronische patiëntendossiers – de EPD’s – waar burgers hun angst over hebben geuit, waarschijnlijk al jaren op brede schaal gebeurt. Dat Samantha de Jong, beter bekend als Barbie uit de real life tv-serie, via deze dossiers is ‘begluurd’ zal u mogelijk niet interesseren maar als uw buurvrouw van nummer 9 die in het ziekenhuis werkt die geheimzinnige meneer van nummer 13 – u dus – medisch ‘natrekt’ komt het ineens wel heel dichtbij. Jaren geleden mocht ik van Stef Nicolasen van Burgerzaken eens als ‘extern adviseur voor interne communicatie’ bij de gemeente Woerden mijn dossier in de basisadministratie bekijken. Ik vond het toen verbazingwekkend dat zo veel bekend was. Voor controledoeleinden prima, maar er moeten geen ‘verkeerde dingen’ mee gebeuren.

Nu worden bedrijven en instanties opgejut om hun maatregelen te nemen om aan de AVG wet te voldoen. Eerst werden bedrijven flink bang gemaakt, nu treden de commerciële belangen van adviseurs ineens op de voorgrond getuige de DAS commercial. Een privacyverklaring opstellen zou met een specialist erbij in een half uurtje gepiept zijn.

Zelf houd ik mij – met enkele anderen – al een klein jaar bezig met deze materie. Ik kan u verzekeren dat dit wel een heel optimistische voorstelling van zaken is. Die DAS specialist is wel erg goed voorbereid, dat kan niet anders. Hoe dan ook, het beste is om toch maar uit te gaan van het goede dat in mensen zit. Maar houd wel uw privacy in de gaten. Zomaar allerlei mails ontvangen is er – tenzij u aantoonbaar toestemming hebt gegeven – niet meer bij. Als u al klant bent bij een bedrijf ligt dat anders. Elkaar categorisch niet vertrouwen is een uiterst vermoeiende aangelegenheid. Als u niets te verbergen heeft – nou ja, misschien een heel klein beetje – is er weinig aan de hand. Met de cookies is het ook goed gekomen, al duurde het een paar jaar. Ook aan deze wet zullen we wel weer wennen.

Nico Ramaer


Het groene middel lijkt erger dan de kwaal

De verkiezingen liggen achter ons en de onderhandelingen nog voor ons. Vaak schrijf ik een column heel kort vóór uitzending. Ditmaal ben ik vorige week al begonnen. Het was mij al opgevallen dat Groen Links zich de afgelopen weken nadrukkelijk manifesteerde, zo in de sfeer van een beetje Progressief Woerden en veel van Groen Links. Strategisch verklaarbaar omdat de PvdA naar het zich liet aanzien langdurig op de intensive care verblijft; daarmee wil je niet teveel worden geassocieerd. Kortom, mijn voorgevoel zat er niet ver naast, zo blijkt uit de verkiezingsuitslag. Deze uitslagen zijn voor een belangrijk deel bepaald door vier hoofdthema’s die overal in het land – met lokaal andere accenten – ongeveer hetzelfde waren: Zorg, Veiligheid, Wonen en Milieu.

Elk thema kan naar behoefte worden benadrukt waarbij zorg los van het sociale domein, zeker in Woerden, vooral wordt gedomineerd door de perikelen rond de verdwenen ziekenhuisdiensten. Veiligheid wordt door iedereen gevoeld als minder criminaliteit, betere fietspaden en andere veiligheidsverhogende factoren in de directe omgeving. Ook wonen is relatief simpel te definiëren. Voldoende sociale woningvoorraad, behoud van leefbaarheid in dorpen en deelgemeenten, waaronder behoud van lokaal woningaanbod voor jongeren en ouderen inclusief basisvoorzieningen als winkels etc.

Milieu daarentegen is complexer, want er zijn veel meer raakvlakken en veel meer uiteenlopende inzichten. Door ‘groene ogen’ bekeken is het makkelijk. Alles dat als vervuilend wordt gezien is ‘fout’. Afval scheiden is prima en daar zal iedereen zich in kunnen vinden maar in extremis willen de ‘groenen’ veel verder gaan. Het woord CO2-uitstoot roept walging op, recreatie in de polder is ‘not done’ en qua randwegen gaan de Groene Buffer-aanhangers het liefst terug in de limes-tijd; en dan vooral niet te hard roeien op die goeie Oude Rijn want dat is slecht voor de oevers. Vanzelfsprekend heb ik nog een goede tip. Laat huisvuil voortaan met bakfietsen ophalen, dan kan die dure en vervuilende vuilnisauto ook weg.

Ja, ik ben inderdaad aangeland in het gebied van CO2-uitstoot en vervuilend fijnstof. Dan kom je al snel terecht bij de verkeersknelpunten in Woerden. Overigens, de problematiek in Woerden-West behoeft helemaal geen randweg aldus de tegenstanders daarvan. Je gooit er gewoon wat extra rotondes tegenaan – die worden kennelijk gratis verstrekt als je maar groen genoeg en slim genoeg denkt – en het probleem is opgelost, én je houd geld over. Daarmee bouw je dan een ‘potje’ op dat hopelijk niet van pas hoeft te komen voor het geval er op één van die extra rotondes een fietser wordt geschept die de gemeente aansprakelijk stelt voor het verlagen van de verkeersveiligheid. Trouwens, het eerste dodelijk slachtoffer dat te wijten is aan het ontbreken van een voorziening als SpoedEisendeHulp in ‘t ziekenhuis, zal de bakens ook drastisch verzetten. Bespiegelingen die hopelijk geen werkelijkheid worden!

Nog even naar de CO2-uitstoot. Vorige week verscheen er een rapport van een internationaal platform, JATO Dynamics, over de toegenomen uitstoot van CO2 door auto’s. Bijna tien jaar ging het de goede kant op, tussen 2007 en 2016 daalde de uitstoot met 25%. Maar in 2017 was het ‘plotseling’ weer 3% meer. De toename wordt verklaard door twee factoren. Door de toenemende welvaart zijn we toch weer op grotere en meer vervuilende auto’s overgestapt, én door de lobby tegen diesel daalt het aantal dieselauto’s en neemt het aandeel ‘benzine’ toe.
En laten dieselmotoren nou net een stuk minder CO2 uitstoten dan de benzinevariant. Nóg recenter onderzoek van de ICCT twijfelt aan de voordelen van diesel. Qua roet- en fijnstof uitstoot is de diesel zeker in het nadeel, maar daaraan is nog wel het nodige te verbeteren, is de overtuiging van ingenieurs. Omdat het adagium “de vervuiler betaalt” verder weg lijkt dan ooit, blijven we met z’n allen – groen of niet – pennywise poundfoolish bezig. Want het scheep- en luchtvaartverkeer vervuilt duizenden malen meer. En wij maar klagen over geluidsoverlast. De overheid denkt natuurlijk: “Houden zo, geen slapende honden wakker maken”. Dus Progressief Woerden, GroenLinks, De Groene Buffer en al die andere partijen en instanties die het beste met ons milieu vóór hebben, verenigt u en trek op naar Den Haag. Wel lopend natuurlijk!

Nico Ramaer


Pop-up politiek

Oud-minister Karla Peijs – uit Harmelen – beweerde zo’n drie jaar geleden als lid van de Eerste Kamer niet te kunnen leven van de vergoedingen die een senator ontvangt. Als je alles bij elkaar optelde, lag ‘t ongeveer op modaal. Iets meer dan de helft daarvan heet bijstandsniveau, waar je met passen en meten net van rond moet kunnen komen.
Over de helft gesproken, Ralph Hamers van de ING krijgt er de helft bij en komt op 3 miljoen. Dat gaat richting de 100 keer modaal


Goed beschouwd was mevrouw Peijs destijds dus toch een zielepiet.
Vandaar, haar visie dat bijklussende senatoren in haar ogen anno 2015 mededogen verdienden. Mevr. Peijs zei destijds in NRC Handelsblad: “Belangenverstrengeling is niet zo’n punt”.

Aha, vandaar dus die CDA pop-up winkel in de Voorstraat. Dat zal dan wel ongeveer zo zijn gegaan: “Gerard, regel jij een leuk winkelpandje. Jij hebt vast wel wat in je bestand”.
En natuurlijk regelde Gerard Creemers wat, zelf CDA’er met volop aannemers, bouwers en onroerendgoedbezitters van CDA gezindte in z’n portefeuille. Immers: ‘Wie appelen vaart die appelen eet’.
Zo was CDA wethouder Groen in de tachtiger jaren een ondernemende wethouder – zelf ondernemer in de elektro branche – die ook weinig scrupules kende. Volgens zeggen riep hij: “Hoeveel huisjes kunnen we daar kwijt?”. Vervolgens ritselde Groen wel wat, en ook al werden de regels daarbij nogal ‘ruim’ uitgelegd, iedereen had waardering voor deze CDA-wethouder.

We moeten er ook weer niet al te dramatisch over doen, zeker als het algemeen belang ermee is gediend. Maar het moet niet leiden tot ongeloofwaardigheid van de politiek. Dus liever geen pop-up wethouders, pop-up kamerleden en pop-up ministers. Halbe Zijlstra is hopelijk echt de laatste, want de VVD-knipkaart is vol.
Woerden doet het als gemeente op dit punt trouwens ook uitstekend; in de achter ons liggende periode zijn er vijf Woerdense wethouders opgestapt.

Terug naar de CDA-winkel in de Voorstraat. Gezegd moet worden dat het CDA aardig aan de weg timmert de laatste tijd.  De voorlichtingsbijeenkomst over de westelijke randweg werd breeduit zeer gewaardeerd.
Zou het niet een idee zijn voor het CDA om permanent een ‘voorlichtings- en informatie winkel’ te vestigen in de binnenstad. Informatief en laagdrempelig voor burgers, het ontlast ambtenaren, het is prima promotie voor de partij, en héél belangrijk…. Gerard heeft wéér een winkel gevuld.

Nico Ramaer


Aandacht maakt alles mooier

Deze reclamekreet van IKEA schoot mij de afgelopen week meteen te binnen toen ik hoorde dat de verantwoordelijke minister Wiebes al een uur na de beving in Groningen via zijn woordvoerder aandacht besteedde aan deze problematiek.

“Gaswinning omlaag na aardbeving”, kopten de kranten de volgende dag. Radio NPO1 suggereerde al spoedig de komst naar het Noorden van Mark Rutte. Maar de altijd realistische Fred Teeven zei in die uitzending dat de minister-president dan wel echt iets mee moet nemen, dus een mooi aanbod. Als dikke, hele dikke vriend van Shell – lees de NAM – zal dat er natuurlijk niet van komen. Om in reclamekreten te blijven “Meer oog voor jou” van Eye Wish past er ook goed bij. Het leidt lekker af van het werkelijke probleem. Sympathie en medeleven. Je ziet het overal. Koning Willem-Alexander op St. Maarten was ook al zo’n operette. Terug naar Groningen. De bodem daar is één grote mollengang; dat komt nooit meer goed. Het pannetje eten is al lang aangebrand. Het gaspitje laag zetten helpt helemaal niet meer. Dat is nu wel gebleken.

Mijn oplossing heb ik al veel eerder geventileerd. De waardevolste monumenten in het risicogebied zou ik volledig versterken en de rest van de bewoners royaal uit laten kopen door de NAM! Dan kunnen de gaskranen weer vol open en verdient Nederland geld dat ook riant ten goede moet komen aan de bewoners dáár. Belangrijk voordeel: we hoeven geen milieubelastende energie uit het Oostblok te importeren, want daar draait het wel op uit. Lastige bijkomstigheid is dat veel bewoners dáár in het gebied willen blijven en niet naar een of andere vinexwijk een stuk verderop willen. Ik snap dat wel, maar het toont meteen aan dat het hier in het Westen kennelijk ook niet super is, al wordt zo wel vanuit de buitengebieden naar de Randstad gekeken.

Dan de gemeenteraadsverkiezingen. Die komen er aan en wel op 21 maart. Nog dik twee maanden en het is al voorbij. Ik ben heel benieuwd hoe dat gaat uitpakken en wellicht nog meer hoe de verschillende politieke partijen zich vooraf gaan presenteren en profileren. Wordt het ‘Aandacht maakt alles mooier’ en ‘Meer oog voor jou’ als zalvend alternatief voor wat er niet goed of niet goed genoeg gaat in onze gemeente? Of wordt het toch Esso’s “Tijger in je tank”? De niet aflatende pitbull die pas stopt als de Westelijke Randweg er echt ligt of het hele Schilderskwartier ‘gasvrij’ is in 2020. Of pas loslaat als nog tijdens de komende raadsperiode de eerste schop de grond in gaat voor de realisatie van de Rijngracht?

Tijdens zijn nieuwjaarsspeech noemde burgemeester Victor Molkenboer een hele lijst van wensen, ongerief en budgettekorten waar wat aan gedaan zou moeten worden. Terecht vroeg hij nu al aan de toekomstige nieuwe raad om wijsheid én actie. En vooral om dat laatste gaat het. In de marketingwereld geldt nog altijd: beter een verkeerd besluit dan geen besluit. “Niet lullen, maar poetsen”, zouden Rotterdammers zeggen. Hoe dan ook, iedereen succes en de schouders eronder. Om in stijl af te sluiten op z’n Grunnegs: “Kop d’r veur!”

Nico Ramaer


JA/JA, Black Friday reclame

Gisteren was het Black Friday. Dat kan u bijna niet zijn ontgaan.  Niet alleen radio-commercials maar ook op andere manieren werd dit onder de aandacht gebracht.

Via mijn e-mail kreeg ik berichten binnen van Topbloemen, Microsoft, Praxis, Route.nl en Thom Broekman mode. In één van de huis-aan-huis kranten zat een flyer van De nacht van Harmelen. De plaatselijke supers daar deden mee, de opticien en ook nog enkele eetgelegenheden. Hoe deze laatstgenoemde categorie de “bizarre kortingen” verwerkt, vraag je je wel af.

Maar goed, waar komt dit nu vandaan? Het is overgewaaid uit de USA. Thanksgiving Day op de 4e donderdag in november wordt direct gevolgd door Black Friday. Om meteen na het weekend over te gaan in Cyber Monday. Thanksgiving Day is de traditionele nationale ‘dankdag’ met kalkoen et cetera, Cyber Monday is dé dag van het online shoppen.
Langzamerhand worden we doodgegooid met varianten van One Day Only. In hoeverre de beperkingen van reclamemaken volgend jaar ook bij dit soort aanbiedingen merkbaar zijn, is nog afwachten. Alles dat u via e-mail of de post vanaf 25 mei 2018 ontvangt moet aan nieuwe wetgeving voldoen. De wet bescherming persoonsgegevens wordt dan opgevolgd door de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Privacywetgeving wordt dan verder aangescherpt en u moet als geadresseerde vooraf toestemming hebben gegeven om dit soort berichten of post te ontvangen.
Die toestemming moet expliciet kunnen worden aangetoond. Dat wordt nog een hele klus voor iedereen die commerciële boodschappen wil versturen.
Daarbij vergeleken is de JA/JA sticker voor reclamedrukwerk op de brievenbussen van Amsterdammers – die daar vanaf 2018 verplicht wordt – een dingetje van niks. Zonder een dergelijke sticker krijg je geen reclamedrukwerk en ook geen huis-aan-huis-bladen.
Alleen kiezen voor h-a-h-bladen zou ook kunnen. Op die manier denkt Amsterdam papierverspilling te voorkomen. Het gaat vast niet lang duren of ook hier zal deze nogal aparte aanpak worden ingevoerd. Ik heb nooit stickers op mijn brievenbus gehad. Ik vind dat armoedig staan en heb helemaal geen hekel aan dit soort reclame. Oké, het is als oud-reclame en marketingman wellicht een beetje beroepsdeformatie maar ik heb aan deze soepele opstelling wel mijn grootste opdrachtgever overgehouden. Maar zo’n sticker is voor mijn gevoel vooral een beetje “omgekeerde bewijsvoering”. Er staat toch ook niet bij iedere weg of straat waar je wél in mag, een bord met daarop de tekst “Inrijden toegestaan”. Alleen als het niet mag wordt dat aangegeven.

Rest nog de vraag, wie zal zich er aan houden? Wie zal de afwezigheid van stickers respecteren? En wat gaat de nieuwe wet AVG ons brengen? En dan doel ik uiteraard op handhaven, iets waar onze overheid zich op allerlei fronten niet al te veel mee bezighoudt. Ja, als je 54 km/u rijd in de bebouwde kom, dan wel natuurlijk. Maar toegegeven, een BOA mee laten lopen met elke folderbezorger zorgt wel voor veel extra werkgelegenheid.

Nico Ramaer


Hi ha hondenbelasting

Gepubliceerd: zondag 29 oktober 2017 21:33We hebben net Feyenoord – Ajax achter de rug. Als geboren en getogen Rotterdammer was dat best teleurstellend. Jammer, maar ik eet er geen hap minder om. Het is dan ook geen eerste levensbehoefte. Het flauwe 010 of 020 gedoe laat ik aan mij voorbijgaan. Bovendien heb ik ook sympathieën voor Sparta en Excelsior. Vanaf mijn twaalfde jaar ging ik regelmatig bij Xerxes kijken, niet zo ver van ons huis.

Er is enige fantasie voor nodig om van voetbal te switchen naar hondenbelasting, maar wellicht helpt het als ik u even herinner aan de Feyenoord-verdediger Piet Romeijn. Bijna 48 jaar terug ‘introduceerde’ hij de term ‘hondelul’ als kwalificatie van de scheidsrechter van dienst. Toen ik vorige week in de WOC het stukje van Henk Hammelburg van STERK Woerden las over hondenbelasting moest ik daar meteen aan denken. De heer Hammelburg was nieuwsgierig geworden, schreef hij. Nou, ik ook. Er zijn in Nederland ongeveer twee miljoen honden en die produceren jaarlijks zo’n 170 miljoen kilo poep; daarvan wordt 100 miljoen kilo niet opgeruimd. Overigens zijn er ongeveer tweeënhalf miljoen katten. Ik wil de heer Hammelburg niet de kwalificatie meegeven die Piet Romeijn destijds aan het adres van de scheidrechter richtte, maar inhoudelijk ben ik het niet met hem eens. Honden zijn veelal – hulphonden uitgezonderd – een luxe waar je ‘buiten’ kunt. Geen eerste levensbehoefte dus. Net als roken of alcohol; ook daarmee wordt de inkomstenpot via telkens hogere accijnsbelastingen lekker gevuld. Iedereen die niet (meer) rookt of drinkt vindt dat prima.

Zelf ben ik weliswaar meer een kattenmens, maar de kattenuitwerpselen onder de struiken in mijn tuin zijn uiterst storend. Nou loop je daar niet een, twee, drie met je schoenen doorheen, zoals op straat of het plantsoentje voor de deur in Waarder waar ik tegenwoordig woon. Het is daar een ware kolonne van hondenbezitters die er hun huisdier aan hun gerief laten komen. Gezegd moet worden dat de mensen waarvan je het niet verwacht netjes met een zakje de poep opruimen, maar het merendeel laat ‘de natuur’ de vrije loop. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat juist deze laatstgenoemde categorie natuurliefhebbers een soort wraak neemt voor de in hun ogen te hoge hondenbelasting. En als je de hondenlievende mens op heterdaad betrapt – ja, hondendrollen kunnen dampen, maar dat bedoel ik niet – dan reageren ze alsof een kind net iets stouts heeft gedaan: “Dat doet ‘ie nou nooit.”

Goed beschouwd zijn de ‘vrije uitloophonden’ er oorzaak van dat ik ben verhuisd van een mooie stek in Woerden naar Waarder. Het speelpleintje bij mijn huis was in het begin een oase van rust. De jonge ouders, overdag meestal moeders, en hun peutertjes die daar op wipkipjes en andere onschuldige toestellen speelden, waren totaal geen storende factor.

Maar kinderen worden groot, een tikje brutaal en bovendien ook oplettend. De interesse in wipwapjes en wipkipjes veranderde en spitste zich toe op voetbal. Het speelveldje even verderop werd bewust gemeden, want mijn veelvuldige verzoeken om alsjeblieft toch maar dáár te gaan ballen werden steevast gecounterd met “het zit daar helemaal onder de hondenstront, meneer!” De herrie en de ballen in de tuin tijdens het buiten eten, werden mij en mijn vrouw op een gegeven moment echt teveel. “Dan maar de lucht in”, zei Van Speijk. Ik stak niet letterlijk ‘de lont in het kruit’, maar het werd wel verhuizen. Maar de rust is hier weer terug en het uitzicht is fantastisch.

Als hondeneigenaren niet leren hun rommel op te ruimen dan wordt wat mij betreft de hondenbelasting verdubbeld, in plaats van gehalveerd, meneer Hammelburg. Landelijk wel te verstaan. En, eerlijk is eerlijk, laat de wetgever maar meteen ook een forse kattenbelasting invoeren dan worden de lasten ook wat eerlijker verdeeld. Net als de opbrengsten!

Nico Ramaer


Laadpalen en klantenbinding

Mijn vader overleed een kleine acht jaar geleden. Bijna 98, helder maar fysiek ‘op’. Tot het eind toe bleef hij allerlei woorden voor de grap omdraaien. Met alle vrijheden die nu eenmaal horen bij een anagram. Zo noemde hij mij een periode ‘bioscoopje’ wat een omzetting is van mijn voornaam Nico en dan verduitst naar Kino; eigenlijk meer ’n rebus en anagram ineen. Een stuk makkelijker was natuurlijk beukennootje wat mij als puber oprecht deed schateren. Axl Rose, zanger van metal rockgroup Guns N’ Roses, betekent ‘oral sex’. Dichter bij huis kennen we de Knab bank, de omgekeerde lettervolgorde van bank. Zo’n omkering kan tot verrassingen leiden, probeert u het maar eens.

Maar hoe kom ik nu bij laadpalen terecht? Wel, energiebedrijf Eneco maakt reclame voor haar elektrische laadpalen en heet u ‘welkom in de nieuwe wereld’. Want naast gemak van zo’n paal bij je eigen huisdeur of oprit, zou zo’n installatie bij uw bedrijf een grote mate van gastvrijheid, dus klantenbinding betekenen voor bezoekende klanten en relaties.

De milieubewuste automobilist – of is het fiscaal bewustzijn? – wil een plug-in, liefst volledig elektrisch. Vroeg of laat gaan we allemaal aan de stekker, of meneer Musk met zijn Tesla nu wel of niet failliet gaat ondanks dat hij weer 1,8 miljard heeft binnen gehengeld. Op het gebruik van fossiele brandstof staat binnen afzienbare tijd de ‘doodstraf’. En minstens zo ‘fout’ is het wanneer we iemand met mevrouw of meneer aanspreken; want de schoonheid die de ene mens onderscheidt van de andere zit kennelijk echt vanbinnen. Over enkele maanden is Youp van ’t Hek de enige die dingen nog gewoon bij de naam mag noemen, zoals hij een tijdje terug in zijn column een bruine meneer duidde en vermeldde dat we die vroeger neger noemden. Er is wel wat veranderd de laatste jaren. Goed beschouwd is het een kwestie van marketing en communicatie. Dus hoe je het ‘brengt’.

In dat kader over elektrisch gesproken. Wat andere autofabrikanten als Audi, BMW en Daimler al lang in ‘t geheim hebben voorbereid op dat gebied, werd onlangs door Volvo als een noviteit gepresenteerd. Een staaltje Volvo dat past in hun structureel ‘gekaapte’ veiligheidsimago.
Immers – geen auto is veiliger – laten ze u denken. Toegegeven, de destijds tot dan toe bestaande veiligheidsgordels vormden niet echt een bijdrage, maar de wél veilige 3-punts autogordel werd door de Zweden ontwikkeld.
Maar de andere feiten zijn anders. De airbag van Chrysler en GM sloeg niet erg aan in Amerika en werd daarna pas grootschalig door Mercedes toegepast. MB was de eerste met kreukelzones die de impact van botsingen deels absorberen. Het Engelse Jensen was de eerste die mechanisch vliegtuig ABS aanpaste voor toepassing op auto’s; Bosch maakte er samen met Mercedes een elektronisch remsysteem van dat ABS 2 heette, voor het eerst bij de grootste Mercedes toegepast en iets later volgde BMW; Ford was met de grote Scorpio het eerste merk waarbij ABS als standaarduitrusting in élke Scorpio zat. ESP, de inmiddels vanzelfsprekende antislipvoorziening, was een uitvinding van Bosch en ook hier weer realiseerden MB en BMW de eerste toepassing. Terug naar laadpalen… hoe pakt zoiets uit? Als anagram krijg je met enige vrijheid ‘palen laaie’ maar daar wil ik nu niet bij stilstaan, hoewel het in sommige situaties wel tot klantenbinding kan verleiden.

Nee, een laadpaal op je eigen bedrijfsparkeerplaats is zeker efficiënt omdat je bezoek ook in letterlijke zin even kan bijtanken. Zelf stam ik uit de tijd dat je als bedrijf je bezoek welkom heette met een lekker gebakje bij de koffie of een wat luxer broodje dan ‘normaal’ in de kantine. En je heette de klant zelf bij de entree welkom en deed persoonlijk uitgeleide ná het bezoek. Inderdaad, meneer Eneco, dat was de ‘oude wereld’.

Nico Ramaer


Formeren

Op het moment dat u deze column hoort of leest is de formatie voor een regeringscoalitie in Nederland zo’n drie maanden gaande. Of eigenlijk ‘niet gaande’ want veel schot zit er niet in. Dat was al aan het begin van de besprekingen voorspeld. Een op het onderwerp “regering formeren” gepromoveerde universiteitsdocente uit Amsterdam, gaf aan dat ‘t begin augustus wel gepiept zou zijn. Zij voorspelde dat VVD, CDA en D66 met GroenLinks zouden starten, dat GroenLinks de bottleneck zou zijn en dat daarna met de ChristenUnie – als vervanger van GL – de klus rond zou zijn. Wellicht had deze mevrouw de standpunten van D66 en ChristenUnie op het punt ‘levensbeëindiging’ toch iets te flexibel ingeschat.

Wat mij opvalt is dat verstand van motortechniek in deze formeerperiode wel een pré is. Want je moet sowieso weten wat een motorblok is. Nou, dat is die grote klomp metaal onder de motorkap in je auto die vandaag de dag door alle afdekplaten niet al te zichtbaar meer is. En daarin zitten de cilinders. In veel gevallen vier stuks. De vijfcilinder is inmiddels vrij exclusief geworden. Meer kan ook, maar dat is in ‘formeerverband’ praktisch onbelangrijk. Wat nog niet naar buiten is gekomen, is het motorblok met cilinderuitschakeling. Bij viercilinders zijn dat, uitgaande van een zogeheten lijnmotor, dan de twee middelste. Daarbij liggen de cilinders op een rij, en kan de balans worden bewaard door de middelste twee of eventueel twee buitenste cilinders niet mee te laten doen. Of dit bij een vijfcilinder ook mogelijk is weet ik niet. In theorie zou één cilinder – bijvoorbeeld de middelste – kunnen worden uitgeschakeld; of de twee buitenste of de tweede en de vierde. Dit soort motorblokken zouden politiek een uitkomst kunnen zijn. Bij onoverbrugbare standpunten even de ‘moeilijke’ cilinder of cilinders uitzetten en het motortje draait ongestoord door. Kunnen SGP en ChristenUnie gewoon meedoen met VVD, CDA en D66. Driecilinders worden steeds populairder maar zijn in formatieverband niet aan de orde. Al met al lijkt de Bovag eerder een aangewezen instantie om als formateur op te treden, dan een politicus.

Maar goed, ook al zouden VVD, CDA en PVV samen willen werken – gezien hun dicht bij elkaar liggende programma’s helemaal zo gek nog niet, maar een cordon sanitaire komt nu eenmaal lekker correct over – er is altijd een vierde partij nodig om aan 75+ te komen. Ach, meneer Tjeenk Willink heeft gewoon een leuke betaalde klus. Who cares?

Na de gemeenteraadsverkiezingen begin 2018 in Woerden zal dit alles een fluitje van een cent zijn. Althans, zoveel valt te begrijpen uit het op 23 februari jl. door de gehele gemeenteraad ondertekende bestuursakkoord, dat uniek genoemd werd. Tot aan de gemeenteraadsverkiezingen – dus een periode van ongeveer een jaar – is er op hoofdlijnen overeenstemming over hoe de gemeente Woerden bestuurd moet worden. Dus coalitie en oppositie gaan gearmd en eensgezind op naar de verkiezingen. Dat worden nog ingewikkelde campagnes. Waarbij partij x roept, dat het ze spijt dat ze qua verkeersmaatregelen nu nog even pas op de plaats moeten maken, maar na afloop van het akkoord de foute cross in de straten van Woerden nog te tam vinden. Of partij y die nu de lippen nog stuk bijt over de afspraken rond het crematorium op Rijnhof maar in de nieuwe ‘regeerperiode’ de lijken desnoods zelf op vuurkorven in de omgeving van Geestdorp gaat verbranden. M.a.w., hoe geloofwaardig ben je met je verkiezingsstandpunten wanneer die van de ene op de andere dag totaal veranderen?
Een raadslid van Sterk Woerden gaf mij enige tijd terug desgevraagd als antwoord op mijn visie “dat ik er niets van heb begrepen”. Ik vind het pijnlijk om zoiets toe te geven, maar ik ben bang dat hij volledig gelijk heeft. Ik snap het echt niet. U wel misschien?

Nico Ramaer


Relevantie, wat is dat eigenlijk?

We worden de laatste tijd bestookt met allerlei nieuws. De vraag daarbij is onder meer, is dit echt of nep, of iets daartussenin? Bij het vernemen van al dat nieuws is het goed om jezelf af te vragen “is het relevant?” Best moeilijk, maar met ondergenoemde uitleg wordt het hopelijk iets duidelijker.
Relevantie kent vier aspecten: belang, betekenis, bruikbaarheid en belangrijkheid. Als je die vier aspecten mixt kom je tot relevantie. Daarbij zal, afhankelijk van ieders interesse en of omstandigheden, het ene aspect meer worden benadrukt dan het andere. Relevantie is dus heel persoonlijk.
Onlangs luisterde ik naar een vraaggesprek op Radio 1 waarbij een journaliste van het AD het jammer vond dat de eindredactie ‘haar’ bericht niet in de papieren versie had opgenomen maar, in haar optiek, verbannen had naar de website. Het betrof de namen van de katten van Geert Wilders, Pluisje en nog zoiets.
Tja, hoe relevant is dat, vraag ik me dan af.

Hadden ze Hermann en Adolf geheten en waren ze nadrukkelijk vernoemd naar Göring en Hitler, dan viel er nog wat over te vertellen of uit te leggen. Had die vernoeming dan wellicht te maken met hun betrokkenheid bij de Bierkellerputsch in 1923, feitelijk een mislukte staatsgreep, waarbij Hitler in de cel belandde en daar de basis legde voor Mein Kampf?
Wellicht smakeloos, maar dan zou ik nog relevante paralellen zien met de strijd die Grote Geert voert.
Over dierennamen gesproken, nu zijn Wu Wen en Xing Ya hot. Jazeker, dat zijn de twee reuzenpanda’s die in Ouwehands Dierenpark in Rhenen zijn ondergebracht. Dat dierenpark is ‘n aardigheidje van miljardair Marcel Boekhoorn.

“Dat die panda’s naar zijn dierenpark komen, is een enorm belangrijke zaak”, aldus vriend en VVD-monument Hans Wiegel. Boekhoorn heeft z’n kantoor boven ‘t apenverblijf. Die panda’s zijn een soort privé-speeltje, hoewel hij vanuit zijn kantoor via een luik de onder hem verblijvende apen kan voeren; toch ook niet niks. Hoe dan ook, deze meneer staat dus ‘boven de apen’. Ik weet weinig van deze ondernemer, dacht dat hij met wisselend succes wat in de kranten- en tijdschriften uitgeverij-business doet of deed. Maar als iemand zijn privé-bv Bowolar noemt, wat staat voor ‘Boekhoorn wordt lachend rijk’, dan heb ik wel een indruk. Trouwens, dat laatste geldt voor mij, nu nog meer dan voorheen, voor de heer Wiegel.
Maar het ging mij om relevantie. Enkele tientallen jaren terug leken de reuzenpanda’s uit te sterven, maar recente berichten uit China hebben het juist over een teveel aan panda’s daar. En dan te bedenken dat veel Chinese toeristen hier komen om die panda’s in Rhenen te bekijken. Tja, soms moet je je bij de feiten neerleggen.
Laten we maar naar de formatie gaan. Vrij recent voorspelde een hoogleraar – zij was nog niet lang geleden gepromoveerd op het onderwerp “kabinet formeren” – dat onderhandelingen met GroenLinks na ongeveer vier maanden zouden stuklopen.

Zij voorzag met de, in plaats van Jesse Klaver, aangeschoven Gert-Jan Segers van de ChristenUnie het karwei daarna snel tot een goed eind komen. Dus in augustus is de zaak rond.
Kort na deze opiniërende verklaring in de NRC verscheen een korte verklaring van informateur Edith Schippers, voormalig hoofdakela bij de VVD-verkenners, dat er nog het nodige onderhandeld moet worden voor zij eruit is of zij die aan tafel zitten eruit zijn. Ik kan mij bij het verkenners- en informateurswerk van Edith Schippers niet aan de slogan onttrekken: “Wij van WC-eend bevelen WC-eend aan”. Relevantie van de voorspelling én de informateursmededeling: het gaat nog wel effe duren!

De meest relevante analyse over de formatie die ik tot nu toe heb ik gelezen is van de hand van columnist Tom-Jan Meeus, in de NRC van 21 maart. Hij verwijst naar sociaalwetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat de onzekere burger, ook de middenklasse, verlangt naar autoritair leiderschap.
De onzekerheid van de burger uit zich o.a. in ‘zorgen over’ zorg, islam, EU en pensioenen maar de oorzaak van die ‘zorg’ is vaak het gemis aan een vaste baan; dus niet weten of je volgend jaar de hypotheek nog kunt betalen. Tom gaat in zijn column uit van VVD, CDA, D66 en CU aan de onderhandelingstafel. Dus van het elders voorspelde later afhakende GroenLinks is in zijn optie al geen sprake meer. Wellicht dacht hij toen al ruim vier maanden vooruit. Vrij naar zijn column: “Het gevaar van deze formatie is dat de gevoeligste thema’s tussen VVD, CDA, D66 en CU liggen op: wietwet, voltooid leven, milieupolitiek et cetera.”
Vervolgens concludeert Meeus: “Een slim kabinet zegt te willen terugkeren naar de vaste baan en een stabiel bestaan.”
Dat is relevantie voor iedereen, hoe je de accenten ook legt!

Nico Ramaer


Zwevende kiezers? Zwevende politici!

In de aanloop naar de Tweede Kamer Verkiezingen op 15 maart wordt zoals gebruikelijk veel gepeild en gespeculeerd. Het is heerlijk dat we van tevoren niet weten wat de uitkomst zal zijn. Zoals zoveel in het leven trouwens.

Bij al die onvoorspelbaarheid speelt de ‘zwevende kiezer’ een belangrijke rol. Feitelijk wordt met zwevende kiezer bedoeld dat die zich – een hij of een zij – vooraf moeilijk in een politiek hokje laat stoppen. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd maar met het oog op de peilingen staat deze onvoorspelbaarheid gelijk aan onbetrouwbaarheid. Dus u bent een onbetrouwbare kiezer! Het is maar dat u het weet. De media besteden flink aandacht aan de zwevende kiezer. De Volkskrant probeerde de afgelopen weken met dat thema als campagne extra kranten te verkopen. Afgelopen woensdag was het iemand van het gouden columnistentrio van de Woerdense Courant die uitleg gaf.

Ik heb heel andere gedachten bij partijprogramma’s en campagnes. Weliswaar is het in reclame en communicatie niet ongebruikelijk om je propositie – dus je product of in dit geval jouw partij en de voordelen die je daarbij aan de man of vrouw probeert te brengen – een beetje over de top aan te prijzen, maar het moet in de kern wel kloppen. Want vroeg of laat worden leugens doorgeprikt.

Ga maar eens de straat op en vraag aan willekeurige voorbijgangers hoe zij de gedane beloften van vier jaar geleden nu ervaren. Misschien treft u een uiterst tevreden aandeelhouder van de ING die uitgekeerd dividend verwart met politiek maar het geloof in betrouwbare politici is laag.

Politiek columnist Tom-Jan Meeus stelde onlangs dat er zoiets is als een “oprechtsheidsparadox” in campagnes. In hetzelfde stuk gaat hij verder: “Geen politicus slaagt erin altijd oprecht te zijn. Maar wie jaren geloofwaardig weet over te komen, kan zich vlak voor de verkiezingen meer dubbelzinnigheden permitteren.” Dan volgen voorbeelden. Buma buigt de ene keer naar links inzake zorg en arbeidsmarkt, de andere keer zet hij zich af tegen links. Eerder zei Asscher dat de tegenstanders op rechts zitten en met links wil samenwerken, maar hij valt GroenLinks aan en weigert gek genoeg om het debat aan te gaan. In het debat op 10 maart komt nu de SP als vervanger maar ik dacht toch echt dat die ook aan de linkerkant van het politieke spectrum zit. Nog zoiets, Henk Krol van 50Plus belooft AOW op je 65e maar het is een sigaar uit uw eigen doos; verder had hij in het verleden moeite om met pensioenpremies om te gaan. Wilders laat zich op 8 maart interviewen door Rob Geus die volgens mij vooral goed is in het opsporen van ratten en ander ongedierte in horecakeukens. Misschien is die parallel niet eens zo gek. Verder zet Kees van der Staaij de deuren opeens open voor de rooms-katholieke kiezer.

Voor zover ik weet is de invulling van de christelijke grondslag van de SGP mede ontstaan door het afwijzen – precies 450 jaar geleden – van de aflaatbrieven als officiële kwijtschelding van tijdelijke straf zoals de Katholieke Kerk die toen hanteerde – en dat in sterk herziene vorm nog steeds als mogelijkheid biedt.  Om even in Woerden te blijven, de praktische betekenis voor de winkelende of horeca bezoekende burger is er met het aanpassen van de winkelopening op zondag ongetwijfeld op vooruit gegaan, maar de figuurlijke draai getuigt van grote onbetrouwbaarheid. Ik had het geloofwaardiger gevonden als de coalitie nog even een jaartje met de billen was blijven knijpen. Een wezenlijke afspraak binnen het ‘Woerdens regeerakkoord’ is met voeten getreden. Zo simpel is het.

Wie wat verder graaft, komt vast nog wel wat tegen, lokaal en landelijk. Kortom, om de zwevende kiezer als onberekenbaar te bestempelen, is echt de omgekeerde wereld. Kieskompassen en Peilingwijzers laat ik aan mij voor bij gaan. Niet alleen vanwege de cookies die later wellicht commercieel worden vertaald; daar stel ik me het volgende bij voor. U geeft daarin aan veel waarde te hechten aan veiligheid. Binnen afzienbare tijd krijgt u aanbiedingen voor een persoonlijk alarm, een beveiligingsinstallatie voor uw huis en speciale gps trackers voor uw auto.

Zelf let ik meer op zaken zoals ‘hoe intens is de band met Brussel?’, ‘gaat er echt iets in de zorg veranderen?’, ‘is er sprake van een redelijke inkomensverdeling?’, ’is er bereidheid om de verregaande staat van privatisering op diverse fronten terug te draaien?’, ‘is de steun aan Israël onvoorwaardelijk of wordt ook naar mensenrechten gekeken?’, ‘kunnen defensie-uitgaven en ontwikkelingshulp wellicht nog wat worden bijgesteld?’ en ‘welke partij gaat nu eens echt handhaven?’. Best een moeilijke exercitie en zeker ook een vorm van compromissen voor jezelf sluiten. Want wanneer je als kiezer niet alles wat er beweerd en geclaimd wordt klakkeloos aanneemt, bedrijf je dus zelf eigenlijk ook een beetje politiek. Maar dat is naar mijn mening iets anders dan ‘zweven’ of nog erger ‘onbetrouwbaar’.

Laat u zich niets ‘wijsmaken’ en ga op woensdag 15 maart vooral stemmen!
Laat het die zwevende politici maar eens voelen, met hun opportunistische peilingen.
Laat de verkiezingsuitslag bovenal eerlijk en graag een beetje verrassend zijn!
Op zaterdag 18 maart a.s. – drie dagen na de verkiezingen – probeert een speciaal panel in politiek café RPL-RuitenTroef de uitslag te duiden, in het bijzonder voor de verhoudingen in Woerden.
Dat wordt interessant!

Nico Ramaer


De overheid en een beetje van jezelf

De wat oudere 65-plussers onder ons zullen ‘een beetje’ associëren met zangeres Teddy Scholten die met dat liedje in 1959 het Eurovisie songfestival won. Oké, maar de hartenkreet van André Hazes liet geen ruimte voor een halfslachtige interpretatie. Dat was dus echt alles of niets! Ook een beetje zwanger bestaat niet. Dus toch maar weg met dat ‘beetje’?

De politieke duider Tom-Jan Meeus van NRC Handelsblad bezoekt regelmatig het Schilderskwartier in Woerden om te peilen hoe de sociale, maatschappelijke en politiek vlaggen erbij hangen. Om wat nuance te proeven voor zijn krant, om berichten te filteren. Maar, zo legt hij uit, zijn krant heeft een oplage van 250.000 exemplaren per dag. Mark Rutte en Geert Wilders hebben elk ruim 700.000 volgers op hun Twitter-accounts. Deze manier van kort-door-de-bocht communiceren laat erg weinig ruimte voor nuance en filtering, én is bovendien heel populair. En dat komt, stelt Meeus, omdat de machtsbalans in communicatie tussen politiek en media in het voordeel van de politiek is doorgeslagen. Daardoor kunnen overheden en politici het filter van de media steeds makkelijker negeren. Nog niet eens zo heel lang geleden gold “The message is the medium” maar die tijd is geweest. Kortom, politici zijn inmiddels zelf het belangrijkste medium geworden en de traditionele media zoals kranten verliezen invloed.
Daardoor bepalen de radicale, welles-nietes berichten steeds meer de sfeer. Zelfs nepnieuws heeft invloed. “Wie niet voor mij is, is tegen mij!” Dit Bijbelse simplisme maakt wellicht meer kapot dan ons lief is: “The winner takes it all.” Al eens eerder heb ik betoogd dat democratie niet is: het recht van de meerderheid, maar luisteren naar elkaars standpunten. Kijken wat redelijk én goed is voor een belangrijk deel van de samenleving. Goed beschouwd was de uitslag tussen Hillary en Donald fifty-fifty, maar of de Democraten worden gehoord is nog maar de vraag.

De winkelopenstelling in Woerden is daar een prachtig voorbeeld van. Dé coalitie, dus dé bestuurlijke meerderheid negeerde tot voor kort wat al veel langer leefde onder een deel van de bevolking en de ondernemers. Zonder nuance en gevoel voor redelijkheid, de boel blokkeren. Cor van Tuyl, toch een fervente aanhanger van zondagsrust vanuit geloofsstandpunt, trad recent naar buiten om zijn visie te etaleren en daarmee zijn feitelijk gedwongen vertrek als wethouder van twee jaar geleden te duiden. De nuancering in zijn realistische benadering van wat toen speelde dwingt respect af. En desgevraagd blijkt dat veel mensen houden van zondagsrust ongeacht wat hun achtergrond of diepere motivatie daarbij ook is. Als we het maar zelf mogen invullen.
Zelf ben ik geneigd om kerkgang en zondagsrust aan elkaar te knopen. Maar dat is wellicht niet waar. Ik herinner me nog dat kort na de opening, de in principe op zondag gesloten parkeergarage aan de Meulmansweg, speciaal werd opengesteld voor kerkgangers. Dat bracht best wel rumoer van autoverkeer teweeg waar men eerder in het centrum nog niet mee was geconfronteerd. Kortom, zondagsrust is relatief.

En zo beschouwd liggen zwart en wit, goed en slecht, open of gesloten veel dichter bij elkaar dan ons wordt voorgehouden. En wat te zeggen van de zorg. Een beetje meer handen aan het bed en een beetje minder managementlagen kan al een flinke stap vooruit betekenen. Méér of minder…..vult u maar in, wordt vaak als een absoluut verschil uitvergroot. En we zijn langzamerhand zo slaafs geworden dat we daar zonder bij stil te staan in dreigen mee te gaan. Gek dat we daar bij de kaasboer of de slager geen last van hebben. De bestelde 700 gram blijkt na het afsnijden uit te komen op 735 gram en we accepteren dat zonder morren, ook 680 gram.
Dus een beetje meer of minder? Dat láát u niet regelen, dat doet u gewoon zelf in 2017.

Nico Ramaer


Tymon, de slimme energieregelaar

Goed nieuws heb ik begrepen. Na de slimme energiethermostaten zoals Toon en Anna, is er nu Tymon. Ja, wethouder Tymon de Weger gaat de energiebehoefte in Woerden zelf reguleren, want in 2030 moet de zelfbenoemde hoofdstad van het Groene Hart van Holland klimaatneutraal zijn. In het belang van ons allemaal.

Immers, olie- en gasreserves die onder de grondgebieden van Waarder, Oudewater en Woerden liggen en waar NAM-achtigen een oogje op hebben, hoeven dan niet te worden geëxploiteerd. Mij lijkt het wat naïef om te veronderstellen dat wat bij óns onder de grond zit ook uitsluitend voor óns gebruik bestemd zal zijn. Dat zouden ze in Groningen wel willen. Dan kon de gaswinning dáár tot bijna nul worden teruggeschroefd en grote gebieden in Nederland zouden zijn aangewezen op nóg slimmer energiegebruik dan nu al het geval is. Of gewoon klimaat belastende energie importeren. Het heeft natuurlijk weer met CO2 te maken en alles gaat duurzaam worden.

Nou, het lijkt de wethouder niet mee te zitten.

Afgelopen week meldde het RIVM dat bomen – de groenfactor bij uitstek en daarmee de stofzuiger voor overtollig fijnstof, de situatie op zijn best niet verbeteren en wellicht slechter maken.

De slimme energiemeter die sinds 2015 in alle huizen wordt geïnstalleerd – en de overheid voor het hele project 3,3 miljard euro kost – levert alleen de betrokken installateurs voordeel op. De eerder beoogde 3,5% energiebesparing – en dus minder uitstoot – blijft steken op een schamele 1 procent. De daarbij eigenlijk noodzakelijke display wordt slechts door 1 op de 7 huishoudens aangeschaft, want 200 euro of meer voor een vaak onoverzichtelijk kastje vindt men te duur; slechts 30% van degenen die wel een dergelijke display hebben, zegt het ‘gevoel te hebben’ dat zij besparen.

Een soort promotiefilmpje over zo’n display liet zien dat je precies de energiepiek gevisualiseerd zag wanneer je de wasmachine aanzette of de wasdroger. Prachtige staafgrafiek natuurlijk, maar als je echt wilt besparen, zal je dergelijke apparaten minder moeten gebruiken om al dan niet zichtbare pieken te voorkomen. Dus veelvuldig in vuile kleding blijven rondlopen.

Zelf houd ik sinds 1980 maandelijks bij hoeveel gas en stroom ik verbruik. Sinds een verdacht hoge water jaarafrekening over 2014 hang ik ook maandelijks met mijn hoofd in de kruipruimte boven de watermeter. Het resultaat?

Ik ben iets terughoudender met sproeien van de tuin, apparaten staan nagenoeg niet meer stand-by en enkele timers zorgen voor verantwoord gebruik van lichtbronnen met meer led dan vroeger.

Mijn energiegebruik is al jaren stabiel, maar wordt niet minder. Ook niet meer en misschien is dat al winst.

Laatst las ik een ingezonden brief van iemand die bestreed dat Bewust Afval Scheiden (BAS heet dat in Bodegraven) tot een verminderde productie van afval leidt. Ik ben sterk geneigd om deze briefschrijver gelijk te geven.

Zelf ben ik driftig aan het scheiden want vanaf 2017 ga je als inwoner van Bodegraven betalen voor elke afvalstorting in de ondergrondse container; 2016 geldt als ijkpunt. Dus prop ik die grijze afvalzak helemaal vol en kom zo op gemiddeld één storting per maand; ik houd het in een eigen afvaloverzicht netjes bij en bij de eerste halfjaarlijkse controle door de gemeente klopte het als een bus.

Maar minder afval? Dat denk ik niet. Voorheen gooide ik plastic gewoon bij het restvuil en de kleine pedaalemmerzakjes met de hele mix aan afval – ook de aardappelschillen – gingen minstens 10 keer per maand in diezelfde ondergrondse container. Nu gaat alle GFT-prut netjes in de groene bak en plastic apart in de speciale verzamelzak. Kortom, alles wordt nu – vooraf – grondig gescheiden en zoiets zal heus wel een besparing opleveren. Maar onder de streep produceren we precies dezelfde hoeveelheid afval als voorheen.

Dan nog, elektrische auto’s, die gaan het helemaal maken, zeggen ze. De 100.000ste is pas geregistreerd. Op 10,8 miljoen motorvoertuigen wel te verstaan; da’s minder dan 1%. De ongesubsidieerde waarheid volgt pas volgend jaar. Ik voorspel minimale groei en ben bang dat duurzaam over de A12 Woerden voorbijrijden alleen maar lukt op de Fred Flintstone manier. Milieupartijen gaan het nog moeilijk krijgen. Uw partij hoort daar niet bij, wethouder en bovendien, in 2030 bent u lekker met pensioen! Slim én klimaatneutraal, uiteraard!

Nico Ramaer


Sjoemeltijd

 Al eerder heb ik columns uitgesproken waarin het milieu aandacht kreeg, zoals “Nederland Schoon”, “Milieuzones” en “Uitstootvrij”. Opnieuw pak ik dit onderwerp bij de kop en in het bijzonder de affaire met de zogeheten sjoemelsoftware voor dieselauto’s. Niet dat benzinemotoren nou zo schoon zijn, maar qua stikstofuitstoot zijn ze toch sterk in het voordeel. Een aantal zaken vallen op:

  • Al in 2012 wist ‘Brussel’ van deze truc. Waarom pas jaren later een echte reactie?
  • Hoe slecht is het nou in de praktijk?
  • Waarom vestigen merken of types die het wel goed doen, daar zo weinig aandacht op?

Wat betreft Brussel, de autolobby is sterk. Zo werd enkele dagen geleden bekend dat VW importeur Pon met het Openbaar Ministerie een van de grootste corruptieaffaires heeft geschikt met een bedrag van 12 miljoen euro. Kort gezegd, strafvervolging heeft voorkomen. Ik zeg niet dat de dames en heren zich in het Brusselse hebben laten omkopen, maar de ‘automotive’ invloed van buitenaf is daar groot.

In de praktijk lijkt het toch wat minder slecht dan wordt voorgesteld, althans zo komt het op mij over. Van de 30 door de RDW geteste auto’s bleek er met 16 te zijn gesjoemeld. Anders gezegd, in bijna de helft van de gevallen was het milieucertificaat terecht. Maar uit de alarmerende berichten maakte ik op dat alleen de hand geduwde bakkerskar van 60 jaar geleden binnen de uitstootnorm viel. Hoe dan ook, de afwijkingen waren nogal divers, maar het tijdvenster van 20 minuten dat de test duurt, blijkt cruciaal. Ook buitentemperatuur en de testsnelheid hadden flink invloed op de resultaten. Verschillende merken maken gebruik van hetzelfde type dieselmotor waarvan de uitstoot netjes blijft gedurende die 20 minuten. Enkele minuten later wordt de uitstoot van stikstofoxiden onacceptabel hoger.

Tja, hoe schadelijk is dat in de praktijk?

Stel, u bent vertegenwoordiger in een stadsrayon en rijdt in uw diesel van a naar b naar c enzovoort. Dan mag je veronderstellen dat zo’n ritje niet langer dan een kwartiertje duurt. Dan zou er dus niet veel aan de hand zijn.

Sommige auto’s zijn juist bij wat langere ritten weer op hun best. Kortom, het is individueel zeer verschillend. Hier moet dus nog veel onderzoek worden gedaan, mevrouw de staatssecretaris! Opmerkelijk is trouwens dat als merk – dus alle types bij elkaar opgeteld – het juist Volkswagen is dat het minste uitstoot.

Waarom lijken autofabrikanten zich te verstoppen? Zo komt uit een recente test naar voren dat een BMW 530 D het best aardig doet. Mercedes doet het met zijn al wat oudere 2.1 liter diesel in de test goed maar op de weg heel slecht, maar heeft ter vervanging van nagenoeg al die ‘slechte’ motoren een maand of vijf geleden een compleet nieuwe 2.0 Liter geïntroduceerd die het qua stikstofuitstoot zelfs veel beter doet dan een relatief schone benzinemotor. Planning is dat deze – nu al wel te verkrijgen – motor twee á drie jaar nodig heeft om al die gif uitstotende ‘meuk’ te vervangen. Dus is het credo “rekken” zolang de oude voorraadproductie nog niet is omgezet.

Wat nu? U kunt natuurlijk elektrisch gaan rijden. Maar dan weet u niet of uw oplaadpunt wordt bevoorraad met – door vervuilende bruinkool – opgewekte stroom. Gewoon korte ritjes maken, 20 minuten rijden, 10 minuten rust. Goed voor de verkeersveiligheid én het milieu. Of u neemt gewoon de fiets, immers in 20 minuten kom je een heel eind!

Nico Ramaer


Hoe staat u als burger tegenover de politiek?

Een goed politiek debat biedt inhoud en vermaak”.

Dat ongeveer stond in de aanbeveling van onze burgemeester Victor Molkenboer over onze jubileumbijeenkomst op 8 oktober a.s. in ’t Bierhuys. Die bijeenkomst betreft Politiek Café RPL-RuitenTroef. Ons café bestaat tien jaar en dat is best een mijlpaal.

“Dat zal best”, hoor ik u denken. “Saaie hobby voor een stelletje ingewijden”, dat is het beste dat u er van kunt maken. En het gekke is, misschien hebt u wel gelijk. Want een beetje gek moet je wel zijn. In ons geval zeker want er komt heel wat voor kijken om zo’n café te organiseren. We bedenken eerst enkele onderwerpen die actueel zijn, zoeken daar op papier wat politici bij die bij deze onderwerpen zijn of waren betrokken. En dan begint het spel om die politici zover te krijgen dat ze bij ons willen komen en bovenal kúnnen komen. Want agenda’s zijn doorgaans strak gepland, vaak al vele weken van te voren.

Onze Kees de Kruif is wat dat betreft een meester in het roeien tegen de stroom op; met tact, doorzettingsvermogen en een aangeboren charmante aanpak die in de afgelopen jaren steeds heeft geresulteerd in zogeheten aansprekende panels. Van ministers tot raadsleden en alles daar tussenin. Soms zeer bekende Nederlanders, en dat gewoon in Woerden.

Komend café is dat bijvoorbeeld Liane den Haan, algemeen directeur van de ANBO, de ouderenbond. Deze keer sowieso mensen die wat met Woerden hebben of hadden, zoals Hans Schmidt en André Rouvoet. Net zo dicht bij huis is onze stadsdichter Nienke Gorter. Oké, we maken het lijstje compleet met Jacqueline Verbeek – gedeputeerde Provinciale Staten Utrecht en de altijd goedlachse, humoristische maar ook uiterst scherpe euro-parlementariër Wim van de Camp. Tegenhangers van deze line-up zijn drie ervaren topmensen van de lokale en regionale pers.

Want de vraag waarover we het gaan hebben, is “wat die pers nou voor u – de burger – betekent of bijdraagt in de relatie met ‘de politiek’”. Misschien nog wel belangrijker is om, voorafgaand aan die discussie, uit te zoeken “Wie of wat is voor ú – de burger – politiek?”

Is dat die ambtenaar die u een paspoort bezorgt, of een bouwvergunning? Of de politieagent die u bekeurt? Of is het toch de wethouder die u zo aardig vindt of juist een nietszeggend iemand? Of die man of vrouw van de kieslijst waarop de laatste keer heeft gestemd?

Kortom, “Wat staat voor u symbool – ook praktisch gezien – voor ‘de politiek’?”

Het antwoord daarop zal ongetwijfeld aan de orde komen.

Ons café is geen hoogdravend debatplatform. Dingen worden gewoon bij de naam genoemd en u als bezoeker mag dat zeker. Want vragen en uw mening geven mag ook, maar hoeft niet. Wij prijzen ons café niet voor niets aan als “Politiek met een Glimlach”.

Leuk om het eens mee te maken. Het kost u niet meer dan anderhalf uur – eens per kwartaal van 12:00 tot 13:30 uur op een zaterdag. En als het onderwerp u onvoldoende boeit dan kunt u gewoon weggaan. Wij hopen van niet, maar niemand zal het u kwalijk nemen. Misschien gaat u in ons café pas echt ontdekken hoe u als burger tegenover ‘de politiek’ staat.

U bent van harte welkom!

Nico Ramaer


Pech onderweg

De vakanties zitten er weer voor een groot deel op. Tijd dus om weer door te gaan met waar we daarvoor mee bezig waren. Maar een terugblik , hoe mooi vele herinneringen vaak zijn, kan ook wel een beetje pijnlijk zijn.

Wanneer je met de auto in Nederland rijdt en het overkomt je – mechanische pech – dan is dat lastig. Maar in het buitenland wordt het soms al een erg moeilijk verhaal, of ronduit dramatisch. Ik spreek uit ervaring. Ook afgelopen vakantie. Dat was in Italië. Gelukkig geen groot malheur, maar toch… daar kom ik zo nog even op terug.

Wel meer dan 45 jaar geleden overkwam het mij op een rit naar de wintersport. De onderste radiatorslang van een nagenoeg nieuwe Mini had het in Duitsland begeven. Vooral lastig omdat dergelijke onderdelen in die tijd voor een Engelse auto niet overal voorradig waren. Ook met een Mini, niet zo lang daarna sukkelde ik min of meer in slaap na een nachtje doorrijden. Dat was op de Gotthard in Zwitserland – aan de Italiaanse kant. Een paaltje aan geraakt de rechterkant van de weg, voorwiel afgebroken, auto onbestuurbaar en we – mijn vrouw zat er bij – kwamen met een forse klap tot stilstand tegen een zware betonnen terrastafel van een restaurant. Dat we daarbij eerst door een heg heen schoten ging zo snel dat je het alleen na afloop terugziet. Gelukkig vroeg in de ochtend, dus geen slachtoffers. Wat blauwe plekken van de veiligheidsgordels dat was alles… en een auto die total loss was.

Politie erbij, met gillende sirene’s afgevoerd naar het bureau, verbaal opgemaakt. De auto kwam op de ANWB trailer thuis.

We werden daar opgehaald door mijn schoonvader die met de familie aan het Lago Maggiore stond. Een hele dikke Austin Westminster. Als garagist en Austin dealer was hij wel wat gewend als het om schade rijden ging. Zijn therapie tegen eventuele rijangst was simpel: “ Jij rijdt nu naar ons vakantieadres”. Het heeft zeker geholpen.

Enkele jaren later motorpech in Frankrijk met een Austin Glider 1300. 13 juli nabij Parijs op de terugweg uit Spanje. Drijfstang door het blok geslagen. Geen repareren aan. Het kostte een hoop gezoek en een flinke dot handgeld om een MG-dealer in de buurt te vinden die bereid was om de ANWB te bellen met uitleg over de technische staat van de auto. Ook hier was het de autotrailer die het wrak thuis bracht. We konden mee met mijn zwager die er met eenzelfde type auto bij was. Let wel op. Mobiele telefoons waren er nog niet.  Als tussendoortje hier nog kort iets over een wintersporttripje rond 1980. Op de terugweg, met vier mensen in de auto, in Zuid-Duitsland op een onbesneeuwd maar opgevroren spiegelgladde binnenweg in een bocht rechtdoor. Heel vroeg in de ochtend, het was net licht. Een enorme klap tegen een dorpskroeg waar bruiloftsgasten net naar buiten kwamen. Weer ging het goed. De imperiaal met ski’s werd gelanceerd maar raakte niemand. De auto bonden we letterlijk met touwtjes aan elkaar. Een lekkende radiateur werd ter plekke door een loodgieter provisorisch gedicht. Met een vaartje van 70 á 80 km per uur haalden we ons thuisadres in Nederland.

Even terug naar dit jaar, begin juli.

We waren in het prachtige gebied van De Marken. Slechts een uurtje rijden verwijderd van waar half augustus de aarde schudde. Dat is ons bespaard gebleven. Trouwens, wat ons overkwam viel achteraf best mee. Net daar aangekomen bleef het controlelampje van het motormanagement branden. Het was een vrijdagmiddag. ANWB gebeld en een goed ingewijde op dit gebied en beide zeiden dat het geen kwaad kon, mits er voorzichtig werd gereden. Aan het rijden van de auto was overigens niets afwijkends te merken. De grote Mercedes-Benz dealer in Pesaro waar we naar toe reden – 35 km verderop – heeft het netjes opgelost. Het was slechts een slangetje dat naar de massalucht meter loopt en dat was losgeschoten. Zoiets geeft een mismeting aan een sensor en dan gaat het lampje branden. Dat lampje hoort normaliter uit te gaan zodra de auto na het starten loopt. Dat bleef echter branden, dus vandaar. De rekening was van een ouderwets tarief. Voor € 40,12 waren we uit de brand. Maar voor we zover waren was het nog even ouderwets lachen als een boer met kiespijn. Om het euvel te laten zien startte ik ter plekke de auto en u raadt het al…. Het lampje ging uit. Ik legde met handen en voeten uit dat dit net zoiets was als bij de tandarts. Je meld je met pijn en in de stoel is het min of meer weg en kan je niet aanwijzen waar het zeer doet, of deed liever gezegd.

De auto heeft zijn grote beurt inmiddels weer gehad en is – naar men zegt – nog in prima conditie. Dus op dan maar naar de volgende vakantie.

Nico Ramaer


Zomerplanning

De erkende Christelijke Feestdagen zitten er voorlopig weer op, Ramadan startte recent. Nog even Vaderdag, in juli einde Ramadan en het Suikerfeest en dan kan de grote vakantieperiode beginnen. Daarna schakelen we snel door naar de periode van “de scholen zijn weer begonnen” en markeren het begin van de herfst op Prinsjesdag. Mij is trouwens niet duidelijk waarom deze dag niet is omgedoopt in Prinsesjesdag.

De Oranjeklanten onder ons vieren Koningsdag, we hebben sinds het aantreden van koning Willem-Alexander van Oranje tegenwoordig Commissarissen van de Koning, dus…?

Ongetwijfeld zal Jeroen van de EO in het tv-oranjefanclub programma “Blauw Bloed” het antwoord tegen die tijd wel weten. Want ik ben vast niet de enige die daar zo zijn gedachten over heeft. Zeker na de alom geprezen performance op Koningsdag van de jongedames. Zouden ze dan ook op 20 september weer aantreden? Best leuk, zeker als die dag ook echt Prinsesjesdag mag gaan heten.

We zullen trouwens binnenkort veel meer van deze familie gaan horen, veronderstel ik want een van de prinsen heeft aandelen van het Circuitpark Zandvoort in zijn bezit. Een auto- en raceliefhebber die met het juiste netwerk én uiteraard met de nodige kapitaalkracht, alle voorwaarden om het circuit weer de oude ‘Formule 1″ status terug te geven, kan realiseren. Laat dat maar over aan een kleinzoon van de man die vliegtuigaankopen in de juiste richting dirigeerde.

De glorie van Max Verstappen in Barcelona is daar natuurlijk niet los van te zien.

Terug naar de kalender. Als ‘goed gebruik’ worden in de loop van september en begin oktober de schappen al weer gevuld met de nodige Sinterklaas artikelen, vooral chocoladeletters, en niet eens zoveel later komen daar de Kerstspulletjes bij – of voor in de plaats. Kortom, zo beschouwd zit het jaar er al weer bijna op.

Nou, zo erg is het gelukkig niet. Eerst lekker met vakantie, want het seizoen begint over een dikke maand. Zo zit het misschien nog steeds in ons hoofd, maar mede door ‘t toenemend aantal gepensioneerden zijn veel agenda’s niet meer zo specifiek geprogrammeerd.

Begin deze maand was ik met mijn vrouw in Villers-sur-Lesse, een kilometer of tien verwijderd van de beroemde Grotten van Han. Een aantrekkelijk culinair arrangement voor een paar dagen en nachten. Een goed bezet hotel in een leuke omgeving. Desgevraagd meldde de gastvrouw dat er tegenwoordig geen seizoenen meer bestaan. Goed voor de spreiding én voor de business. Maar als hotelier zal je toch eens even dicht moeten voor de broodnodige rust.

Maar ú weet vast al wél wat u gaat doen deze zomer. De zogeheten ‘last minute reizen’ mogen dan wel steeds populairder worden, veel vakantiegangers gaan toch heel planmatig te werk. Opvallend is daarbij dat ondanks de vrije tijd en niet geblokte agenda’s die we hebben, veel mensen toch vast houden aan de traditionele vakantieperiode. Misschien uit gewoonte of omdat het dan gezellig druk is, of omdat vakanties gekoppeld worden aan de vrije dagen van de kleinkinderen. Immers, welke 65+’er wordt vandaag de dag niet geacht als kinderoppas mee te gaan?

Zelf hadden we deze zomervakantie al een paar weken eerder weg willen gaan, maar sommige vakantiebestemmingen zijn onverwacht populair. In juni was onze uiteindelijke bestemming in Italië volledig bezet. Een mooie Italiaanse agriturismo in ‘t zogenaamd onontdekte De Marche. Maar ja, als het in de Kampioen staat of Jamie Oliver gaat daar een potje koken is het rustige, exclusieve er wel af. Erg? Welnee, we zijn er nog nooit geweest. Spannend leuk. Daarom wordt ‘t eerste helft juli. We gaan ‘t zien klinkt te afwachtend, zo weinig enthousiast. We zien er naar uit, dat klinkt beter. Benvenuto dus.

Ook voor u allen vast een hele prettige vakantie.

Nico Ramaer


Uitstootvrij

U heeft nog tot woensdag 11 mei de tijd om een goed idee over duurzaamheid in te sturen. Dit in het kader van een prijsvraag van de gemeente Woerden, samen met Burgerinitiatief Duurzaam Woerden. Doel is reductie van CO2-uitstoot. Over zes jaar zullen de streekbussen die Woerden aandoen 100% uitstootvrij rondrijden. Misschien dat milieurakkers hierin geloven, maar dat laat ik voor hun rekening.

Nul uitstoot bestaat namelijk niet. Reductie wel. Om die elektrische auto of bus te maken is energie nodig, dus uitstoot. Om de accu’s te vervaardigen is energie nodig, dus uitstoot. Om elektriciteit in je accu te ‘tanken’ is energie nodig, dus uitstoot. Komt niet rechtstreeks uit een auto-uitlaat, maar is indirect bezien gewoon vervuilend.
Er zijn rekenmodellen over de werkelijke – indirecte – uitstoot. Realistische cijfers houden het op een reductie van 25% t.o.v. de meest zuinige benzinemodellen. De nieuwste Toyota Prius komt met wat door de auto zelf gegenereerde elektrische hulp tot 74 gr/km. De indirecte uitstoot van een elektrische auto zou tussen de 50 en 60 gr/km liggen. Nog altijd zo’n 20% minder en dat is best de moeite waard. Stel dat ze dit nu al in China en India, en ook in Amerika zouden realiseren dan was het wereld CO2-uitstootprobleem zo goed als opgelost. Ook de vliegtuigen, supertankers en containerschepen erbij en u kunt rustig gaan slapen, mijnheer Samson. Zo simpel is het. Dan hoeft u ons, gewone burgers, die zich nooit een Tesla zullen kunnen permitteren, ook niet meer lastig te vallen.

Bent ú al druk doende om uw autoplan uit te stippelen voor de komende acht jaar? Kopen we nog een nieuwe, rijden we het huidige exemplaar op óf stappen we over een paar jaar over op een zeer betaalbaar tweedehandsje? Misschien nog iets langer wachten, want de prijzen zullen verschrikkelijk gaan dalen als het een wagen betreft die op fossiele brandstof rijdt. Gek genoeg is de tweedehandsmarkt voor plug-ins en elektrische auto’s tamelijk lauwtjes. Gek ja, want vanaf 2025 wordt het allemaal elektrisch wat de klok slaat, zegt Diederik. De CO2-uitstoot moet dan immers nul worden.

Ik heb lang gedacht dat ‘t met het toepassen van de stelling ‘de vervuiler betaalt’ allemaal wel goed zou komen. Maar ‘t zijn papieren berekeningen. Staatssecretaris Wiebes, die tussen de clowns in een circus niet opvalt, heeft Autobrief II uitgebracht. Een ambtsbericht zonder enige realiteitszin. Want juist die zuinige Prius valt in ‘t relatief onvoordelige 21%-tarief, terwijl die écht bijdraagt aan CO2-reductie.

Nog zoiets. Stel, uw vrouw rijdt in een dikke BMW SUV en haalt daar de kinderen mee uit school, en af en toe de boodschappen. Hooguit 5.000 km per jaar. Dan is de jááruitstoot van die zogenaamde dikke, vervuilende auto stukken minder dan die van de auto van die keurige vertegenwoordiger die zich haastig file-rijdend in zijn zogenaamd zuinige middenklasser van afspraak naar afspraak spoedt en 45.000 km per jaar aflegt. Toch wordt in de aanschaf van die BMW al op voorhand een veelvoud aan uitstoot meegerekend. Eerlijk? Nee!

Dus gewoon een CO2-meetapparaatje in iedere auto en u rekent elk jaar naar de werkelijke vervuiling af. Als de motorrijtuigenbelasting nou ook berekend wordt aan de hand van zo’n apparaatje dat de werkelijk gereden kilometers registreert, wordt het allemaal weer geloofwaardig. Technisch gezien is dit veel makkelijker dan een auto ‘uit zichzelf te laten rijden’. Maar juist dáár gaat de aandacht naar uit, hè mevrouw Schultz.

Tot slot, al eens nagedacht over hoeveel CO2 we uitademen? Hoewel het niet veel zou bíjdragen, valt ook daar nog te reduceren. Dus volgt daar in 2025 natuurlijk ook een belasting op, want reduceren tot nul gaat niet. Immers, dan gaat iedereen dood en van een dooie kan de overheid geen belasting plukken. Gelukkig zijn COPD patiënten vrijgesteld. Dus alles voortaan héél rustig aan doen. Niet meer joggen of sporten. Niet echt gezond, maar de uitstoot neemt wel af en dood gaan we vroeg of laat toch wel. Dus vroeg ik me af: Hoeveel CO2 stoten crematoria eigenlijk uit?

Nico Ramaer


Nederland Schoon

Een dag of wat geleden las ik in nrc.next dat een kunstenaar in Amsterdam, in een kerk, leuke dingen deed met zwerfafval. Met name lege petflesjes. Dat schijnt maar een deel van het afval te zijn want papiertjes, peuken en kauwgom zwerven in veel grotere hoeveelheden rond. Het gaat om vele tonnen afval. Gewoon hier, in Nederland; als je wat oppervlakkig kijkt valt het niet eens erg op.

Wanneer je op TV, beelden ziet van vluchtelingenkampen – althans ergens in Europa of Afrika – zie je rotzooi. Ik bedoel niet de ellende die zich daar afspeelt, maar zwerfvuil. Heel veel rommel. Zoveel dat je er over zou vallen. Wat te zeggen van ´the jungle´ bij Calais!
En zo zag ik recent een foto van een sterk vervuilde rivier in Djakarta waarop geen water was te bekennen, zoveel afval dreef erin.
Zoiets heeft ongetwijfeld vooral met de mentaliteit te maken en niet zozeer de omstandigheden, denk je dan. Hoewel, veel afvalbakken zie ik niet, ook niet in die opvangkampen.
Wie goed oplet bij reportages over het normale dagelijkse leven in landen in Afrika of Azië wordt vaak met eenzelfde soort beelden geconfronteerd. Mensen die daar doorgaans in redelijke vrijheid en – naar lokale omstandigheden – behoorlijk aanvaardbaar wonen, maken overeenkomstig veel rommel.

Het zal wel iets zijn dat in ons West-Europeanen zit: het een beetje netjes houden. Een schone auto rijdt net even lekkerder voor het gevoel, een net gepoetste nog beter. Uitzonderingen daar gelaten raken we steeds meer gewend aan ´opgeruimd staat netjes´.
Zoals “Op een schoon strand lig je lekkerder” en meer van dergelijke opvoedkundig verantwoorde campagnes van ´Nederland Schoon´. Maar dit soort acties worden helaas niet zomaar langdurig gevoerd.
Enkele dagen geleden liep ik te wandelen langs een doorgaande weg in het bos bij Roosendaal. De weg zag er op het eerste gezicht best netjes en schoon uit, maar in de greppel ernaast kon een recycling bedrijf met succes langdurig aan de slag.

Bij winkelcentrum Molenvliet was het laatst vooral veel papier dat rond waaide. Het ziet er dan echt armoedig uit, ook al is het nog zo aardig opgeknapt een jaar of wat geleden.
Er valt op dat punt nog veel te doen. Regelmatig zie ik uit school komende brugklaskinderen al fietsend de lege limonade pakjes met een achteloos gebaar naar de zijkant gooien. Tenminste, als ze hun handen even vrij hebben, want fröbelen met hun mobieltjes staat bovenaan de lijst. Statiegeld op kartonnen verpakkingen heffen gaat wel erg ver, maar hier hebben opvoeders – wie dat dan ook mogen zijn – toch nog wel wat achterstand in te halen.
Op scholen wordt aan de brugpiepers al wel uitleg gegeven over seks, condooms en dat soort zaken. Maar hoe je met lege pakjes en blikjes om moet gaan zit kennelijk niet in ´t onderwijsprogramma.

Even terug naar het afval in bovengenoemde vluchtelingenkampen en asielzoekerscentra. Er wordt door mijnheer Pechtold voor gepleit om deze mensen zo snel mogelijk onderwijs te geven, met bovenaan het verlanglijstje natuurlijk Nederlands.
Volgens mij zijn er verhelderende internationale icoontjes waarmee je zonder ook maar iets van een taal te weten of te begrijpen, toch kunt communiceren. Van China tot Noorwegen, van Spanje tot India, overal kunnen daarmee basale boodschappen worden overgebracht.

Als D66 er nu vast aan werkt om de mensen in de kampen op dit punt op te leiden, uiteraard mét praktijklessen, dan wordt ‘t dáár meteen al een stuk minder mistroostig. Een zeer nuttige tijdsbesteding en bovendien komt het ook de hygiëne flink ten goede.
En als ze dan hier komen, kunnen ze aan onze brugklassers het goede voorbeeld geven. Twee vliegen in een klap, mede mogelijk gemaakt door ‘Nederland Schoon’.
Het eerste woord dat ik ze zou leren is: opruimen!
En dat dan met een sterk gebiedende intonatie. Komt het toch nog goed met het voorkómen van zwerfafval. En misschien ook ´n beetje met onze brugpiepers.

Nico Ramaer


Wet van de remmende voorsprong

Hoewel Duitsland en Zweden de boventoon voeren bij het toelaten van asielzoekers doet Nederland het lang niet slecht. Omgerekend naar bevolkingsdichtheid staan we min of meer bovenaan. Recent werd bekend dat er rekening mee wordt gehouden dat de officieel voorspelde instroom van 58.000 voor 2016 ruimschoots zal worden overschreden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft erkend dat wordt uitgegaan van 93.600.

Of die mensen ook allemaal komen is maar de vraag. Want de verhalen en waarschuwingen – in het Arabisch – die via grote Facebookgroepen terechtkomen bij vooral Syriërs, veroorzaken twijfel bij potentiële vluchtelingen die nog in Syrië of ergens tussen hun thuisland en ons deel van Europa verblijven. We hebben het hier over zeker wel 50.000 Facebook leden. Er circuleert, toeval of niet, de brief van staatssecretaris Dijkhoff waarin hij asielzoekers nog maar kort geleden liet weten dat de wachttijden voor asiel kunnen oplopen tot wel achttien maanden. Is dit ontmoedigingsbeleid van het kabinet? Het zou wel eens uiterst effectief kunnen zijn.

Iemand schrijft op die Facebookpagina de beslissing te hebben genomen maar terug te gaan of bij een broer onder te duiken. De noodopvang in de bollenstreek waar hij nu vijf maanden met zijn familie zit, vindt hij slecht. Anderen adviseren hem om dat niet te doen omdat dit de procedure nog langer zou maken. Weer anderen raden aan om te wachten met vluchten uit het Midden-Oosten. Riskeer niks, Europa loopt niet weg.

Bij dit soort laatstgenoemde adviezen kan ook een vorm van eigenbelang meespelen. Hoe meer er naar hier komen, hoe langer de weg naar asiel. En op die manier lijkt de wet van de remmende voorsprong ook hier opgang te doen.

Los van het ontmoedigingsbeleid van de overheid – of is het gewoon voorlichting? – lijken ook de verwachtingen aan vluchtelingenkant veel

te hoog. De procedures zouden hier veel sneller gaan, anderen denken hier zonder veel poespas een lening te kunnen krijgen om de woning een beetje knap te kunnen inrichten; een huis dat ze nog lang niet hebben. Met heimwee wordt – mede aan de hand van foto’s -teruggekeken naar de heerlijke lokale Syrische gerechten. Dat is nog eens heel iets anders dan het Hollandse opvang gaarkeuken eten.

Toen ik afgelopen nazomer de reportage volgde in nrc.next over een groep van ongeveer dertig vluchtelingen die vanuit Syrië naar West-Europa probeerden te reizen, heb ik dat af en toe hoofdschuddend gelezen. De meesten hadden in Syrië goede banen, kregen keurig hun salaris betaald, hadden prima te eten en hadden zowel letterlijk als figuurlijk nog wel ruimte om af en toe te recreëren. Het enige dat hen ‘dwars’ zat was vooral het ontbreken van een gevoel aan vrijheid. Wie netjes in de pas van het regiem bleef lopen, kon redelijk ongestoord doorleven. Zouden onze ouders tijdens de Duitse bezetting tussen ’40 en ’45 iets soortgelijks hebben meegemaakt, vraag ik me dan af.

Hoe dan ook, het blijft zielig en inhumaan dat mensen die daar echt in de barre ellende zitten en worden weggebombardeerd, zoveel moeite hebben om hier bij ons en in de ons omringende landen te worden toegelaten. Hopelijk heeft het verborgen afschrikkingsbeleid weinig grip op juist deze groep en blijven de wat minderbehoeftigen een beetje weg. Zodat er ruimte is voor de echte vluchtelingen.

Nico Ramaer


Milieuzone

Vrijwel iedereen is het er over eens dat luchtvervuiling moet worden tegengegaan. In grote steden in Nederland zijn of worden milieuzones ingesteld. Dus vervuilende auto’s moeten worden geweerd uit de drukbevolkte gebieden. Er gaan al stemmen op om ook gemotoriseerde tweewielers eens kritisch onder de loep te nemen. Dat in onze regio van relatief veel – en uiterst vervuilend – laag vliegverkeer sprake is, wuift de politiek onder de druk van economische belangen vooralsnog weg. In Parijs is het onlangs niet eens echt er sprake geweest.

Maar goed, we hebben in Woerden geen milieuzones. Hebben we er behoefte aan? Geeft het echt verbetering? Bovendien, wat een gedoe! Het is ook bedoeld met een vette knipoog, maar toch…… bij Rotterdam-Overschie heeft de verkeersafname ter plaatse – vanwege de recent doorgetrokken A4 tussen Delft-Zuid en Schiedam-Kethel – in korte tijd 25% minder vervuiling opgeleverd. Eerder onderzoek dáár heeft uitgewezen dat dit rechtstreeks kan worden doorgerekend naar levensverwachting. En het aantal vliegbewegingen van het aangrenzende Rotterdam Airport is niet eens veranderd.

Ik kan me voorstellen dat er ook in de gemeente Woerden plekken zijn waar flinke verbetering te bereiken valt. Bijvoorbeeld enkele doorgaande routes in Woerden als de Stadsring, de Rembrandtlaan, Israëlslaan-Boerendijk, de Utrechtsestraatweg en een deel van de Hollandbaan, maar ook de Dorpsstraat in Harmelen.
Maar het instellen van milieuzones vereist eigenlijk ook alternatieve routes. De rondweg in Harmelen beantwoordt daar al aan.
In Woerden komen dan ineens de eerder geopperde randwegen weer in beeld. Daarnaast zullen er parkeerfaciliteiten aan de rand van het centrum moeten worden gerealiseerd.

Inmiddels meer dan tien jaar geleden pleitte de lokale politiek partij Woerden 2006 voor een dergelijke voorziening onder het Exercitieveld. De kastanjes raakten aan het eind van hun levenscyclus en als onderdeel van een complete renovatie en herinrichting was een parkeergarage daar een prachtige oplossing geweest. Dat zou dan meteen ook een aanzuigende werking hebben op het oostelijke winkelgebied van het centrum. In één adem werd toen door Woerden 2006 ook een noordelijke randweg met daaromheen nieuwbouw als toekomstige oplossing voorgesteld, voor verkeer- en woonbehoeften. Maar zoiets vereist inzicht, visie en durf.

Het is wat makkelijk om de zwarte piet alléén bij de politiek neer te leggen. Ook de burger moet zoiets herkennen en zien zitten. Helaas, zoals zo vaak blijkt men later toch achter de feiten aan te lopen. Hoewel Woerden graag meedoet met stadse ideeën zal het nog wel even duren voordat dit soort zaken er echt komen. Immers, wat er niet is kun je ook niet missen. Een geluk bij een ongeluk, over de destijds zo heftig gewenste – en niet gehonoreerde – komst van V&D hoeven we ons in elk geval niet meer op te winden.

Nico Ramaer


“Toen” komt weer helemaal terug

Lang geleden, ik was bijna dertien, deed ik met grote regelmaat boodschappen voor mijn oma. Toen nog op de fiets, wat later op de brommer.

Boodschappen doen was eind jaren 50, begin jaren 60 totaal anders dan nu. Veel haalde je bij de kruidenier, maar ook de groenteman, de slager, de bakker en de melkboer waren aparte winkels. Bepaalde koekjes en karamelbonbons haalde je bij Jamin. Sterke drank, wijn én ook frisdrank kwamen bij de slijter vandaan. Toiletpapier, het blikje Nivea dat als bodylotion dienst deed, waspoeder, Lux toiletzeep en aspirine stonden op het boodschappenlijstje van de drogist. En wat te denken van de banketbakker.

Desgewenst kwam de bakker aan de deur, net als de melkboer. Deze heren wisten ook precies wat de standaardbestelling was. Halfje wit en ‘n halfje bruin. Een fles volle melk en een flesje Bulgaarse yoghurt. Ook was er een schillenboer. En, er kwam bij de winkels zelfs een oud-papierman langs die kartonnen dozen en verpakkingsmateriaal inzamelde. De lege melkflessen leverde je weer in bij de melkboer. Kortom, gescheiden afval inzamelen is van alle tijden.

De tijd van de supermarkt zoals we die nu kennen was nog ver weg. Voor vrijwel al het bovenstaande hoef je tegenwoordig maar één winkel in. Makkelijk? Ja! Gezellig? Nauwelijks.

Nou ja, je komt de buurvrouw daar wel eens tegen, maar diepgaand contact met het personeel is er nagenoeg niet bij, laat staan met de baas. Misschien komt u nog apart bij een slager, de viswinkel of een slijter. Maar dat zal het dan toch wel zijn.

Gezegd moet worden dat de zogeheten hypermarché, zoals we die in Frankrijk kennen, een fantastisch assortiment vertegenwoordigt. Werkelijk alles onder één dak. Ook in Duitsland kunnen ze er wat van. Daarbij legt ‘n beetje AH het toch echt af. Maar de onpersoonlijkheid straalt er jammer genoeg wel vanaf.

Nu wordt alom beleving bij het winkelen gepredikt. Zo hoorde ik dat ‘n boekwinkel bij de wijnboeken al wijn verkoopt. Andersom zie je ook. Hoe lang zal het nog duren voordat de Livera’s en Hunkemöllers van deze wereld uitsluitend met slanke modellen in schaarse lingerie hun klanten te woord staan? En terloops een borstvergroting, een filler of een bilreconstructie aanbieden?

Maar zou het niet nóg aardiger zijn om de beleving van vroeger weer helemaal terug te brengen? Wellicht kent u de commercial van jaren geleden nog voor dipsaus met dat mannetje in dat keldertje in Maastricht en het speciale adresje in Lunteren of… je nam gewoon een zakje Duyvis.

Leuk? Ja humor. Ver bezijden de waarheid? Langzamerhand niet meer. Althans, die adresjes. Die leuke speciale kaaswinkeltjes, olijven en pesto Italianen en fijne Franse kruiden aanbieders worden al maar populairder. En die trend zet langzaam maar zeker door.

Toen ik zoveel jaren geleden boodschappen deed voor oma kende men mij; ja, dat ventje is een zoon van de drogist. Maar ook ik kende de mensen. Er leek bovendien ‘n soort gunfactor in de lucht te hangen.

Het heeft er alle schijn van dat dit fenomeen nu terug gaat komen. Misschien een aardig steuntje bij het ontwikkelen van een nieuwe visie voor het winkelgebied in Woerden. De gemeente vraagt u om mee te denken over een nieuwe invulling van de Rijnstraat. Dat soort inspraak kunnen we missen als kiespijn.

Niet dat u als burger niet mee zou mogen denken. Trouwens, dat hebt u al netjes gedaan. De ingezonden brieven met grieven over gevaar en ongemak geven al aan, welke kant u op wil. Daar hebben we toch goed betaalde specialisten voor. Nou, goed betaald waarschijnlijk wel, maar echte specialisten? Daar heb ik zo mijn twijfels over.

Wethouder de Weger, dit is echt een uitdaging. Leg nou eens een keer een echte visie neer!

En houdt daarbij in ogenschouw: “Toen komt weer helemaal terug”. Misschien een beetje aangepast aan deze tijd, maar dat zou wel eens de leidende rode draad kunnen zijn voor een echt nieuwe Rijnstraat met véél méér woningen en véél minder winkels. Daar zijn primair de Voorstraat en het Plein voor.

Nico Ramaer


Handhaven

U kunt nog gewoon trappenlopen? Misschien met een beetje moeite, maar het gaat eigenlijk nog best goed. Fijn, dan hebt u dus gelukkig geen elektrische traplift nodig. Maar u hebt wel een elektrische fiets? Als u daar goed over nadenkt is dat toch een beetje inconsequent.

Dat laat onverlet dat e-bikes een zegen zijn voor mensen die vanwege fysieke problemen niet op een gewone fiets kúnnen rijden. Hoe dan ook, de e-bike breekt records. Volgens de ANWB en Veilig Verkeer Nederland niet alleen wat betreft het aantal gewonden in het verkeer, maar ook wat betreft diefstal.

Handhaven. Hoe schrijf je dat eigenlijk? Zou oom agent ‘t weten? Of kan hij of zij alleen omgaan met voorgedrukte verbaaltjes waarbij slechts de code van het vergrijp hoeft te worden ingevuld, met tijd- en plaatsaanduiding! 4 km/h te hard gereden of 5 minuten te lang geparkeerd? Leeuwarden doet de rest.

Ook de smartphone doet als veroorzaker van verkeersongevallen een flinke duit in het zakje. Is het bij de e-bike vooral de oudere gebruiker, bij de smartphone is het met name de fietsende jeugd die al append een stevige plek in de ongevallenstatistieken claimt.

Diverse instanties roepen om speciale maatregelen ter bescherming van fietsers en e-bikes. Volgens de Fietsersbond raken vooral ouderen gewond omdat ze brozer zijn als ze vallen, wat mede wordt veroorzaakt door extra bezuiniging op onderhoud van fietspaden. De bond pleit voor gescheiden fietspaden en auto’s die aan de buitenkant zijn voorzien van fietsersairbags. Volgens mij de wereld op zijn kop.

De gangbare snelheden op e-bikes zijn onverantwoord hoog. En het gaat ongemerkt. Op een gewone fiets rijd je ongeveer 15 km/h, bij wind tegen pak weg 10 km/h. Niks mis mee, dan doe je er maar wat langer over, het is goed voor het lijf en dan heb je ook geen fietspad-autobanen nodig. Op een e-bike is de snelheid – met weinig inspanning – al gauw 25 km/h. Dat vergt grote behendigheid en een goed snelheidsinzicht. Een e-bike diploma zou zo gek nog niet zijn.

Zelf rijd ik bij wat mooier weer als ontspanning op een racefiets. Met bijna 69 jaar behoor ik zeker tot de ouderen. Als het je daarbij ontbreekt aan voldoende evenwichtsgevoel, snelheidsinzicht en fietsbeheersing kun je er beter niet aan beginnen. Nu zijn de meeste racefietsers daar al jaren mee bezig en zijn op dat vlak voldoende behendig. Een tijd terug heb ik van een kennis een e-bike geprobeerd. Bij ‘n beetje stevig aanzetten ga je er ongecontroleerd hard vandoor. Je schrikt je de eerste keer rot.

Behalve de smartphone, is bij de jeugd ook het totale gebrek om zich te houden aan verkeersregels, een groot gevaar. Bijvoorbeeld op het Oosteinde van Woerden naar Waarder. Individuele fietsers doen het best goed maar zodra het groepen betreft, gaat het volledig mis. Drie naast elkaar is de norm, vier is geen uitzondering. Wanneer je als medefietser van de andere kant komt, moet je goed oppassen en maar hopen dat je nog een gaatje krijgt om er langs te kunnen.

In ‘n auto ben je overgeleverd aan de goedwillendheid van de groep. Er achter blijven en geduldig wachten tot het de jongelui uitkomt om je te laten passeren. Als het even kan blijven ze nog met twee naast elkaar. Het is een combinatie van provoceren en geen gevaar zien. Als hun ouders dit zouden zien, schamen ze zich hopelijk de oren van de kop.

Als er ergens gehandhaafd moet worden, is het op zo’n punt. Mogelijk kunnen plaatselijke bestuurders met een speciale gemeenteverordening extreem strenge maatregelen nemen die de normale regelgeving overruled. Dat past prima in de nieuwe belastingmaatregelen waarbij de gemeenten zelf veel meer de vrije hand krijgen. Fietslicht niet in orde, voetgangers op de stoep omver fietsen of toch naast elkaar als het niet kan? Eerst een eerlijke waarschuwingsperiode in de media, daarna € 250,- boete, meer mag ook!

Wel heel veel aandacht aan geven in kranten en op scholen, zodat er wordt gesproken over zulke keiharde maatregelen. Maar ze wel blijven toepassen. Handhaven dus!

Dat geldt ook voor hondenpoep, echt gevaarlijk autorijden, geluids- en drugsoverlast en zo nog wat. Zeker weten dat het helpt. Dan kan je met een paar agenten de hele gemeente aan, want na verloop van tijd houdt iedereen zich aan de regels.

En eerlijk is eerlijk, ik heb geen bel op mijn racefiets, daar moet ik wel even wat aan doen!

Nico Ramaer


Weggooien is zonde

Gisteren is de klimaatconferentie in Parijs beëindigd. Alle ogen en oren waren gericht op het milieu en de vrees voor verdere opwarming van de aarde, aldus de persberichten. Des te opmerkelijker is het dat NRC verslaggevers die de afgelopen tijd uitgebreide interviews hielden onder ruim 380 bewoners in Nederland – verspreid over ‘t hele land – niet één keer hoorden dat het klimaat een groot probleem is. Wellicht ook weer niet zo vreemd want de wereld is primair je eigen straat, dorp, stad of streek en met ver vooruit kijken hebben we al helemaal niet zoveel op. Zo werkt het met verkiezingen precies zo. Politici weten daar haarfijn op in te spelen. Hun verkiezingsbeloften zijn doorgaans bepaald niet gespeend van opportunisme en lijken in dat opzicht nog het meeste op een potje poker.

Begin van de week was ik in Duitsland bij familie die vlak bij de bruinkool groeven woont. Ik ben nu maar eens naar de indrukwekkende dagbouw winning gaan kijken omdat men daar – net als in Nederland – van steenkoolcentrales af wil. En bruinkool is natuurlijk helemaal vloeken in de kerk.

Maar de grote vraag bij de opwarmingsproblematiek is, willen de regeringen dat of willen de inwoners – dus u en ik – dat?

Conclusie uit het grote NRC onderzoek was: “de politiek gaat links, maar de burger wil rechts”.

Dat tegengestelde gevoel wordt voor een deel ingegeven door de soms wel uiterst gekleurde berichtgeving over bijvoorbeeld onze verantwoordelijkheid over de opwarming van de aarde. Het KNMI gaf op dat punt onlangs code oranje af. Dat voelt als een draai om de oren van de burger. Want Nederland doet het ondanks ons ‘zogenaamd’ slechte gedrag beter dan menig ander land, maar de doelstellingen zijn nu eenmaal uiterst ambitieus. Zeker afgezet tegen landen als China en India.

In mijn optiek is duurzaam en milieubewust dat je zo lang mogelijk moet doen met de spullen die je hebt. Dat geldt voor je fiets, je auto, je spullen en natuurlijk ook voor voedsel. Eten gooi je niet weg. Als je voedsel verantwoord bewaart, is nog veel goed bruikbaar. En daarnaast, mits consequent in de koelkast en ongeopend opgeslagen, zijn vervaldata op te rekken.

Kortom, je gebruikt wat je hebt. Dat geldt ook voor grondstoffen voor energieopwekking. Bruinkool is vervuilend – in Nederland is dat trouwens niet meer in gebruik – maar het gebruik van steenkool nú betekent toch dat we nog een aardgasappeltje voor de dorst hebben. De nieuwe steenkoolcentrales zijn nog maar kort in gebruik en in combinatie met de destijds geplande CO² opslag relatief schoon. Die opslag zou nu zo’n beetje zijn beslag moeten krijgen, maar het ziet er naar uit dat deze opslag in ondergrondse oude zoutkoepels van de baan is.

Waarom? De milieu hype van dit moment is kennelijk sterker dan de lange termijnplanning van de overheid van enkele jaren geleden. Jammer, dit is net zoiets als iemand niet laten uitpraten.

Even terug naar dat opportunisme. Immers, dat is ook ons – de burger – niet onbekend. Want stel nou dat de Groningers de keus krijgen tussen doorgaan met kolencentrales en een bijna dichte gaskraan of uitsluitend volop schoon gas met flink beschadigde huizen. En stel u nu eens voor dat al de olie- en gasvoorraden in Papekopperveld worden opgepompt met alle mogelijke schadelijke gevolgen voor de huizen in Molenvliet-West. Of, dat zoiets vrij eenvoudig zou kunnen worden voorkomen door de kolencentrales toch open te houden? U en ik weten het antwoord al.

Zo lang het maar geen Chinese toestanden worden, toch?

Nico Ramaer


Zielepiet

Onlangs ben ik geopereerd aan staar. Niet alleen kan ik weer aardig met dat oog zien, ook is er weer duidelijk onderscheid tussen blauw en groen. Tussen zwart en wit was weinig aan de hand. Zo zag ik op de reportage van RPL TV van de intocht van Sinterklaas in Woerden duidelijk dat de Pieten van de Sint overwegend zwart waren. In technische zin is er dus niets mis met mijn waarnemingsvermogen. De Sint-en-Piet-traditie staat kennelijk nog recht overeind. Dat ik dit een hoopvol teken vind, komt door het volgende.

Begin november las ik ‘t grote-interview-op-zaterdag in NRC Handelsblad. Het ging over “Witte mensen moeten eens luisteren” en ik was verbijsterd. Mijn eerste reactie was om direct in de pen te klimmen, maar zoals vaker is het wijzer om maar even tot tien te tellen. Zoveel anti-blanke agressie zou sowieso toch wel tot reacties leiden. Nou, dat is op gang gekomen, en hoe!

Waar ging het over? Vier dames, gekleurd of zwart – na dat interview weet je als ‘whitey’ echt niet meer hoe je zoiets mag aanduiden – claimen dat er veel racisme is in onze samenleving. Dat ‘veel’ waag ik te betwijfelen maar ongetwijfeld gaat het hier en daar mis op dit punt. Dat geldt trouwens ook voor leeftijdsdiscriminatie om maar eens iets te noemen. En wat dacht u dat er gebeurt als je Ahmed Abouyat heet of Mohammed Yousuf of zoiets.

Toen een zoon van mij – tamelijk blond – bijna 25 jaar geleden in Woerden op hockey ging, kreeg hij verbaasde opmerkingen toen hij voor het eerst kwam opdagen: “Maar jij heet toch Rama-èr, dus wij dachten, er komt een Marokkaan”. Tja, als je De Vries, Jansen of Van Vliet heet, wordt de kans op misverstanden een stuk kleiner.

Terug naar het artikel uit NRC. Mocht u als blanke het beste met zwarten voor denken te hebben, dan werd u door de dames ruw uit uw “ik ben geen racist-modus” gehaald. U bent namelijk een zogeheten ‘helper whitey’. Nou, die stelt helemaal niets voor. Een van de dames zei nog liever met een ‘hardcore racist’ te maken te hebben dan met een dergelijke goedwillende loser. Nee, als blanke moet je gewoon je mond houden en leren luisteren, want antiracisme mag alleen beleden en gepraktiseerd worden door zwarten. Zo sluiten deze dames dus mensen uit op basis van huidskleur ….over racisme gesproken.

Onvermijdelijk was natuurlijk ook dat de dames de Zwarte Piet kwestie aankaartten. Wie Zwarte Piet heeft ervaren als onderdeel van een vrolijk feest kan zich wellicht moeilijk verplaatsen in iemand die hetzelfde feest racistisch vindt. Persoonlijke ervaring speelt daarbij waarschijnlijk een rol. Immers, onder bepaalde omstandigheden kan een dergelijke ervaring het zicht op een ander perspectief belemmeren.

Ik ervaar Sinterklaas als een vrolijk feest. Weliswaar vond ik Sinterklaas als kind een beetje eng, maar Zwarte Piet strooide alleen snoepgoed en reikte de cadeautjes aan. Piet stopte je dan wel in de zak maar dat moest van de Sint. Kortom, Piet was niet eng en al helemaal geen onderdrukte helper. Associaties die ik als kind niet had en nu nog steeds niet heb, ondanks dat Quincy Gario ons wil laten geloven dat Zwarte Piet gelijk staat aan racisme.

Diverse reacties in de media op dit ‘black power stuk’ geven blijk van verbazing en ongeloof. Maar er werd de dames ook tactische kortzichtigheid verweten. Een van de vele reacties luidde: “Willen de dames gelijk hebben of willen ze vooruitgang boeken? Dus dames, omarm iedereen die aan je zijde staat!” Iemand uit Spanje, die zei ‘n kleurtje te hebben, meldde hier in Nederland juist positieve discriminatie te ervaren.

Volgens het woordenboek is een zielepiet iemand die medelijden opwekt. De grote vraag is wie er in deze discussie de zielepiet is. Hoe dan ook, voordat een paar jaar geleden de Zwarte Piet discussie op gang kwam, was ik totaal niet gefocust op ‘zwart’ of ‘wit’. Nu weer wel. Daarom beschouw ik dit gekrakeel als een stap terug.

“Win an argument and lose a war”, zeggen de Engelsen.

Nico Ramaer


Wat levert een asielzoeker op?

Wanneer je alle emoties rond asielzoekers weg zou laten, hou je de ratio over. Ik kwam op deze zakelijke gedachte omdat er niet zo lang geleden een groot artikel in nrc.next stond onder de titel “Wat kost een vluchteling?”.

Een wel heel erg rationele benadering waarbij het toeval wilde dat op de achterkant van de pagina waar dit artikel stond, de inmiddels bekende schaamrood advertentie van Volkswagen was afgedrukt met als kop “Alles behalve trots op onze nieuwste kleur”. Wat voor kleur krijg je dan wel niet als je van de asielproblematiek een rekensom maakt? Maar het zette mij wel aan het denken…..en aan het rekenen.

Kosten voor opvang per asielzoeker – zo leerde het artikel – bedragen per jaar ongeveer € 25.000,-. Dan hebben we het over huisvesting, overhead COA, medische kosten, weekgeld en wat schoolkosten. Voor afhandeling van het asielverzoek, voortgezet onderwijs en ondersteuning door gesubsidieerde vluchtelingenwerkers komen daar dan nog ongeveer € 19.000,- bij. Kortom, totale kosten € 44.000,- per asielzoeker per jaar. Dus afhankelijk van de noodzaak aan scholing ligt het gemiddelde rond € 34.500,-.

Nog een ‘dingetje’, mocht de asielaanvraag averij oplopen dan komen er nog kosten bij voor een beroepszaak, juridische bijstand, hoger beroep etc. en vertrek- en reiskosten, samen zo´n € 13.000,- . Maar de betreffende asielaanvrager is daarmee – voorlopig – wel van het toneel verdwenen.

Als je dit zo leest, is je eerste gedachte “wat een geld”. Immers, bij 60.000 á 65.000 asielzoekers betekent dat tussen 2 en 2,25 miljard euro per jaar. Maar hoeveel is dat nu echt?

Omgeslagen over het aantal inwoners in Nederland is het jaarlijks € 125,- per persoon. Oké, dat is geld maar zet dat eens af tegenover andere bedragen!

Er zijn diverse voorbeelden die de kosten voor asiel in een relatief ‘voordelig’ perspectief plaatsen. Neem kanker. Voor de behandeling daarvan wordt in Nederland jaarlijks 5 miljard euro uitgegeven. Dat is omgerekend ongeveer € 300,- per inwoner. Ruwweg eenzelfde bedrag wordt jaarlijks uitgegeven aan ontwikkelingshulp. En wat dacht u van hart- en vaatziekten, van copd-longziekten, diabetesbehandeling of reuma. Ziektekostenverzekeraars zullen het ongetwijfeld ontkennen, maar in mijn werkzame periode voor de farmaceutische industrie in jaren “70” deed een cynische grap de ronde: “De goedkoopste patiënt is een dooie patiënt”.

Al met al denk ik dat de eerder toegezegde lastenverlichting van 5 miljard aan onze neus voorbij gaat.

Wat we bij dit alles niet uit het oog mogen verliezen is het feit dat het werkgelegenheid betekent voor allen die aan dit opvang- en begeleidingsproces meewerken en er dus een bestaan aan overhouden. Naast een aantal ongesubsidieerde – dus ´echte´ – vrijwilligers verdient iedereen zijn salaris ten dele of volledig door het werk dat hij of zij doet in deze sectoren; met hier en daar enkele nuances. Of het nu om kankerbehandelaars gaat of om ontwikkelingswerkers of om de asiel business.

Zoals administratieve krachten, mensen die de asielaanvraag moeten beoordelen, vertalers, tolken, overwerk van rijks- of gemeenteambtenaren, aannemers, bouwers, transporteurs, woninginrichters, klussers. Van timmerman tot stukadoor, van sociaal werker tot psycholoog, van arts tot jurist, van projectleider tot COA-directie.

Als deze bronnen van werkgelegenheid zouden wegvallen, hebben we er ineens vele tienduizenden werkelozen bij. Mogelijk zelfs aantallen met een nul extra. En niet allemaal de goedkoopste krachten.

En zo houdt het systeem zichzelf in stand: de vakantieparkondernemer, de kledingwinkel, de containerverhuurder, de bakker, de elektronica winkel, de shoarmazaak, het openbaar vervoer en nog veel meer. Al met al blijft er een prangende vraag. Voeg het woordje ‘het’ toe aan de vraag boven aan deze column en deze luidt dan: “Wat levert het de asielzoeker op?”

Tot nu toe heel weinig. Want die zogeheten hoogopgeleide Syriërs zijn moeilijk in te passen. Volgens COA directeur Gerard Bakker is een derde academisch gevormd maar hun diploma’s sluiten zelden aan op het Nederlandse onderwijs. De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF zet zich in voor studentenbegeleiding. Albert de Voogd van deze stichting zegt in nrc-next letterlijk: “Hoogopgeleid interpreteer ik bij hen als geschikt voor hoger onderwijs. Veel Syriërs denken dat ze goed Engels spreken en goed communiceren. Op taalaspecten als schrift en begrijpend lezen scoren ze minder.”

Voor de zorg bijvoorbeeld moet je goed kunnen communiceren, dus zo’n studierichting valt dan af.

Nog een sprekend voorbeeld uit nrc-next dat meer inzicht verschaft in hun onderwijskennisniveau. De Nederlandse hulporganisatie Spark die onderwijs in de regio verzorgt, loofde namens de Nederlandse overheid dertig studiebeurzen uit voor Syriërs die door de oorlog niet in eigen land konden studeren. Van de achthonderd aanvragen, kwamen er honderd in aanmerking voor verdere behandeling. Slechts dertien konden door naar het Nederlandse hoger onderwijs. Dat is ruim anderhalf procent! Ruim achtennegentig procent viel af vanwege een onvoldoende taaltest en/of een onvoldoende test voor elementaire wiskunde en analytische vaardigheden.

Volgens het CBS zit 60% van de Syriërs in Nederland in de bijstand. Alleen Somaliërs scoren op dat punt hoger. Het CBS stelt dat het daarbij vooral om voormalige asielzoekers gaat die qua taal en opleiding op grote afstand staan van de arbeidsmarkt.

Maar voor zover het nu gaat en wordt ingeschat rond de ‘nieuwe’ asielzoekers stemt dat mij niet bepaald optimistisch.

Nico Ramaer


“No Good”

De gevleugelde uitspraak “Ik heb grote blij” n.a.v. de vrijlating uit Libische gevangenschap van de Palestijns-Bulgaarse arts ‘Ashraf’ uit Woerden roept bij u wellicht nog herinneringen op. We moeten daarvoor terug naar 2007. Ashraf’s moeder was de Nederlandse taal bepaald niet machtig maar deze woorden begreep iedereen. We waren als Woerdenaren allemaal blij voor deze allochtone familie.

Nu, in oktober 2015, schamen we ons plaatsvervangend voor hetgeen er bij de sporthal Snellerpoort gebeurde. Toch moeten we helaas onder ogen zien dat ook opgevangen vluchtelingen her en der niet altijd even subtiel reageren op de geboden hulp.

Stel, uw huis staat in brand, de brandweer komt en heeft het gelukkig snel onder controle. Maar dan blijkt dat ze uw tuin flink hebben platgetrapt. “No good” zouden de vluchtelingen in Heumensoord in Nijmegen klagen. Want: te koud, geen speelgoed voor de kinderen, het eten moet gevarieerder, de privacy schiet tekort. “It’s not freedom here”, meldde een van de protesterende vluchtelingen daar. Je zou denken, ze zijn met de dood op de hielen naar Nederland gevlucht. Dan ben je hier als het ware “uit de brand” maar zo werkt het kennelijk niet bij een deel van de vluchtelingen. “No good”! Zo krijgt Geert Wilders het helemaal op een presenteerblaadje.

In mijn vorige column pleitte ik voor onvoorwaardelijke opvang. En ondanks de nu gemaakte kanttekeningen sta ik daar nog steeds helemaal achter.

Maar toen staatsecretaris Fred Teeven in maart in het kielzog van Ivo Opstelten moest opstappen, had hij nog niet zo lang daarvoor geroepen dat het aantal vluchtelingen wel zou kunnen oplopen naar 65.000. Teeven werd toen ronduit uitgelachen, maar met de laatste COA schatting van 60.000 voor 2015 vermoed ik dat Fred zich in zijn vuistje helemaal rot lacht. De vraag is of hij het is die ‘het laatst lacht’ want erg afvlakken doet de trend niet. Ja, er komt echt een erg groot probleem op ons af.

En dan gaat het niet primair om de aantallen, maar ook om de diversiteit van de vluchtelingen.

In mijn woonplaats Waarder gaan we in de loop van 2016 waarschijnlijk naar een aantal van zo’n 110 statushouders. Die komen voor semipermanente huisvesting in aanmerking. Dat is 10% van de totale bevolking. In de kern Woerden zouden we het in die verhouding dan over een zo’n 3.000 mensen hebben. De vraag in Waarder – een overwegend christelijke gemeenschap – is dan ook om bij een eventuele selectie vooral, of liever uitsluitend, christelijke ‘stellen’ op te vangen. Alleenstaande Islamieten graag naar Bodegraven, Gouda of Woerden want in die plaatsen is tenminste een moskee.

En dáár hebben we een punt te pakken dat voor een belangrijk deel ten grondslag ligt aan de hele vluchtelingenproblematiek. Want, kort door de bocht, ligt de kern van alle problemen in het verschil in godsdienst en de oorlogen die daarom gevoerd worden. En precies daarom roert Amstelveen zich nu op dit punt. Want veel meer dan in Purmerend, Woerden of Oranje wonen er in de buurt waar het COA en de gemeente Amstelveen een tijdelijke opvang voor vluchtelingen op het oog hebben, joodse mensen. Het Centraal Joods Overleg vindt de locatie ‘ongelukkig’ gekozen.

Het schijnt daar inderdaad een duidelijk zichtbare en herkenbare joodse gemeenschap te zijn met joodse scholen, synagogen, koosjere restaurants en een boel keppeltjes. Het enige dat vluchtelingen bindt, is hun haat tegen Israël, aldus een lokale inspreker.

Als je dat allemaal aanhoort, lijkt het er op dat we de oplossing voor het vluchtelingenprobleem die alle betrokkenen voor ogen staat niet kunnen bieden. Sterker nog, het heeft er alle schijn van dat we problemen importeren waar we in eerste instantie geen idee van hadden. Dat blijft vooralsnog een vraag, maar zeker iets om alert op te zijn.

Dames en heren politici en beleidsmakers, de gewenste Aupings, inloopdouches, kinder-speelparadijzen en 3-sterren maaltijden zijn in relatie tot die grote cruciale vraag maar details.

Hoe dan ook, bij mij begint het aanvankelijke ”ik heb grote blij” gevoel langzaam maar zeker om te slaan naar een “no good” stemming.

Nico Ramaer


Bruiden

De bekendste bruid van dit moment is Oopjen Coppit. Een bruid die het touwtrekken met het Parijse Louvre meer dan waard schijnt te zijn. Nou ja, 80 miljoen euro voor een Rembrandt is dan ook wat anders dan even je boodschappenkar vullen. Hoewel de naar het schijnt wat onhandig opererende minister Jet Bussemaker er vrij luchtig over doet. En zeg eens eerlijk, had u er – voordat het rumoer hierover naar buiten kwam – ooit over gehoord? Slaapt u er slecht van? Valt wel mee, toch?!

Nee, dan die andere bruid. De kind-bruid. Naar het schijnt komen er enkele tientallen per jaar naar hier om te worden verenigd met hun asielzoekende of status houdende echtgenoot van een jaar of veertig. In onze ogen, zeer minderjarige meisjes van een jaar of dertien of zo. In Afrikaanse of Arabische landen, een vrij normaal verschijnsel. Tja, het is de cultuur daar. De Eerste Kamer moest versneld vergaderen over een wetsvoorstel dat tegen het erkennen van zulke huwelijken is. Het is de wereld op zijn kop. Als u hier zoiets flikt gaat u de gevangenis in. Dus hoezo vergaderen? Of is dit weer de zoveelste multiculturele verrijking?

Oké, Paul van Vliet zong in 1971 over Meisjes van Dertien dat ze “er net tussenin zaten, maar te jong voor de kerels”. Nu zijn we 44 jaar verder. Inmiddels moderner en toleranter geworden, maar aan zoiets moeten we hier toch nog altijd niet denken. Kortom, we moeten onze tanden laten zien.

Vluchtelingen moeten we zeker opvangen, geen twijfel mogelijk, maar we helpen ze pas echt als we ze leren onze cultuur te respecteren.

De behulpzame Apeldoornse familie die particuliere integratie- initiatieven ontwikkelt en stimuleert, bedoelt het goed maar slaat op dat punt de plank volledig mis, zo zagen we op TV.

Op uitnodiging van deze Apeldoorners kwamen tijdens het prachtige weer van enige tijd terug vluchtelingen bij hen thuis in de tuin eten en drinken.

De blote schouders van de Nederlandse dames werden ondanks de warmte decent bedekt en het gebruikelijke wijntje of biertje werd schielijk vervangen door uitsluitend alcoholvrije consumpties. Om de uitgenodigde gasten op hun gemak te stellen en te pleasen! Nogmaals, goed bedoeld maar het zou een eerste stap kunnen zijn naar het accepteren en normaliseren van extreme uitheemse cultuurgebruiken.

Terloops kregen we nog even mee – ja, ze mochten ook aanschuiven bij Pauw – dat dit alles was ingegeven door hun Christelijke naastenliefde. Impliciet vatte ik dat op als “niet-Christenen” hebben dat vermogen niet. Pauw kreeg kennelijk ook even dit vieze smaakje in de mond want hij vroeg iets in de trant van “dan slaat u zeker aan het evangeliseren of bekeren?”

Binnen onze cultuur en normen doen we niet aan kind-huwelijken, vrouwenbesnijdenis, bloed- of eerwraak en veelwijverij (in Saudi-Arabië bijvoorbeeld mag je vier vrouwen hebben).

Laten we, om dat soort zaken te voorkomen en aan te pakken, die 80 miljoen maar aanspreken. Dat lijkt me een mooie bruidsschat. Dan hangen we gewoon mooie reproducties van Maerten en Oopje in het Rijksmuseum. Met een serie Andy Warhols is dat jarenlang niet eens opgemerkt!

Nico Ramaer


Wateren in de Rijnstraat

De Rijnstraat ligt er na de herinrichting weer netjes bij. Leuk, zo’n watergeul in het midden maar wel wat lastig voor slechtzienden of mensen die minder goed ter been zijn. En ook even afwachten wat die goot voor de massale flashmob dance die vandaag tijdens de officiële opening zal worden gedaan voor gevolgen heeft. Om voor de minder lenigen onder ons toch van de ene naar de andere kant te komen, zijn er enkele ‘oversteekplaatsen’ aangelegd. In hoeverre zakpalen nodig zijn om het gebied autoluw te maken, wordt nog bepaald. Mede aan de hand van camerabeelden die vijf maanden geleden zijn gemaakt van het verkeer dat toen gebruik maakte van de Rijnstraat. Die zullen worden vergeleken met nieuwe camerabeelden van het verkeer ná de openstelling. Dat is dus nog even afwachten.

En de winkeliers?

Zal het toepassen van deze shared space inrichting positieve vruchten afwerpen en voor meer traffic in de winkels zorgen? Misschien dat Gerard Kremers het al weet. Deze anti-leegstand professor, die zich heel bescheiden intermediair noemt, verklaarde begin dit jaar “niet bang te zijn voor leegstand”. Ja Gerard, dat komt als intermediair toch iets makkelijker uit je mond dan wanneer je ondernemer zou zijn.

Maar eerlijk is eerlijk, jij gaf toen ook al aan dat ondernemers die tien jaar niks veranderd hebben, zijn ingeslapen. Dus afwachten of alleen deze vernieuwde Rijnstraat de gewenste verbeteringen teweeg brengt, is een beetje naïef.

Even terug naar het begin. U denkt wellicht “zei ‘íe nou net wateren in de Rijnstraat of water?”. Ik zei en bedoel het eerste.

En niet ‘wateren’ als wat ouderwetse aanduiding voor golvend of meanderend. Nee, urineren, plassen dus. Want een winkelgebied kan nog zo aantrekkelijk zijn, een fijn openbaar toilet maakt het pas af. En goedkoop of gratis parkeren helpt ook flink mee. Dat parkeren is natuurlijk een politiek begrotingsitem. Daar zitten we aan vast. Maar nu de boel in de Rijnstraat toch volledig is opengegaan en ondergrondse technische ruimtes zijn aangelegd om leuke watereffecten te realiseren, was er dan niemand die dacht “nu we toch bezig zijn met natte groepen, combineren we dit meteen met een openbaar toilet”?

Of was de horeca in het centrum daar tegen? Omdat ze de gederfde inkomsten van een verplichte, gehaaste kop koffie zullen gaan missen? Ik kan het me niet voorstellen. Al met al kost het “project Rijnstraat” een slordige 1,3 miljoen euro. Stel dat zo’n toilet nog eens twee ton vergt. Dan zou u als huishouden in Woerden de komende jaren één euro per jaar extra aan lokale belastingen moeten afdragen. Zou dat de moeite waard zijn geweest? Of hebt u alleen aandrang als u thuis bent?!

Nico Ramaer


Kaas – nee, niet die van Willem Elschot

Vandaag, 6 juni 2015, is het Graskaasdag. Een soort nationale feestdag in Woerden. In een eerdere column heb ik de door mij veronderstelde noodzakelijke grandeur om tot zelfbenoemde ‘Hoofdstad van het Groene Hart’ te komen wat kritisch beperkt tot onder meer een Kaasbel. Achteraf toch een juiste inschatting want juist dát historisch element vormt eigenlijk het herkenbare icoon van Woerden als Kaasstad. Uiteraard laat de tweede editie van het Magazine Kaas – dat al weken geleden in de bus viel – daar geen twijfel over bestaan. Ondanks dat het bol staat van de commercie komt het toch vriendelijk over. De lay-out is vrijwel ongewijzigd gebleven, het formaat iets kleiner en de papierkwaliteit iets minder…. maar deze uitgave is wel van 30 naar 34 pagina’s gegaan. Op de cover is het enigszins ongeremd in een broodje kaas happende jongetje van vorig jaar, deze keer vervangen door een aantrekkelijke jonge vrouw die elegant een bescheiden blokje kaas naar haar mond brengt.

Woerden is kaas, zoveel is duidelijk. Er is sinds een jaar zelfs een Kaasacademie. In het genoemde magazine figureren de burgemeesters van Gouda en Woerden, Milo Schoenmaker en Victor Molkenboer. Wat betreft kaas heeft onze burgemeester zijn naam wel erg mee. En een communicatieve alliantie met Gouda is natuurlijk best slim. Zelf heb ik samen met mijn vrouw een soort kaasverdrag met Keulen. Met regelmaat nemen wij kaas mee voor familie daar. Dropjes zijn in Duitsland prima verkrijgbaar, maar een echt goed stuk Hollandse kaas moet je met een vergrootglas zoeken… en mocht je het vinden dan is de keuze beperkt en aan de prijs. Dat is nog eens wat anders dan wel honderd soorten kaas proeven tijdens de ”Kaaszomerweken”. Ja, daar kan Frau Antje alleen maar van dromen.

Woerden is kaas en kaas is geld. Dat mag ook van Mark Rutte die in zijn ‘Dikke Ik’ speech onlangs aangaf dat wat hem-en-zijn-partij betreft het fantastisch is als iemand een bedrijf start, succesvol is en veel geld gaat verdienen. Er zijn risico´s genomen, er is eigen geld geïnvesteerd en het is gelukt om vooruit te komen. Duimen omhoog dus. Dan mag je van Mark best rijk worden. Heel rijk zelfs. Het heeft er alle schijn van dat zoiets ook in Woerdense kaaskringen goed lukt. Gelukkig maar, want op de mislukte onderneming van Frans Laarmans uit Willem Elschots roman ´Kaas´ zit niemand te wachten. In dat kader is de naam van het magazine wellicht wat ongelukkig gekozen … Daniëlle, Jacques en Nieck.

Hoe dan ook, Arie, Bas, Cor, Jan, John, Jos en wie allemaal nog meer, veel succes gewenst.

Nico Ramaer


Pappen en nathouden

Dit betekent: een situatie min of meer ongewijzigd laten zonder een beslissing te nemen of daadwerkelijk een probleem op te lossen. Deze uitdrukking komt waarschijnlijk uit het medische circuit, namelijk een wond vochtig houden door er een papje op aan te brengen en op die manier niet te laten verslechteren. “Is dit een cursus spreekwoorden en gezegdes?”, vraagt u zich misschien af.

Nee, maar als ik zeg Papekop en Nathouden dan weet u meteen waar ik heen wil. Op 22 april jl. was ik vanzelfsprekend op de zeer druk bezochte informatiebijeenkomst in de Woerdense Kruiskerk over gas- en oliewinning. Opmerkelijk genoeg was kwade genius gemeente Bodegraven-Reeuwijk niet aanwezig. Het tot 2011 zelfstandige Reeuwijk, waartoe ook Waarder behoorde, heeft nog niet eens zo heel lang geleden de aanvraag voor een boorvergunning in behandeling genomen. Rond 2011 zou de vergunning zijn afgegeven; dit in een periode waarin de toenemende bevingen en gevolgschade in Groningen al duidelijk werden.

Hoe dan ook, de brief van minister Kamp die een streep door de huidige boorvergunning haalt, kwam toevallig de dag vóór deze infobijeenkomst binnen. Voor mijn gevoel bestaat er geen toeval, zeker niet in dit geval.

Dat doorhalen van die vergunning zegt overigens niets, althans de Canadese concessiehouder Vermilion Energy zal binnen afzienbare tijd een nieuwe aanvraag indienen. Wel met inachtneming van de laatste stand en kennis van zaken in het Groningse. De te verwachten bodemdaling bedraagt 2 centimeter. De poriën in de zandsteenlaag op ongeveer twee kilometer diepte waar de olie en gas zich in bevinden, zouden niet verder zijn samen te drukken. Dat lijkt mee te vallen maar daar komt de natuurlijke bodemdaling dan nog wel bij. Mijn eigen ervaring op dat punt in 22 jaar Molenvliet bedraagt 25 á 30 centimeter. In Waarder gaat het minstens even hard, maar daar is alles in 2014 keurig en strak opgehoogd. Zoiets komt de waarde van de wijk daar zeker ten goede. Maar als boor- en winlocaties tot twee kilometer buiten de rand van het gasveld kunnen worden geplaatst, komen die bijna in de achtertuin van de bewoners aan de oostkant van Waarder. Niet echt waarde verhogend zo lijkt me. Vragen daarover en wie daarvoor dan wel aansprakelijk kon worden gehouden, werden niet echt beantwoord. En het feit dat Vermilion zich niet met schaliegaswinning bezighoudt, is een nietszeggend doekje voor het bloeden. Het is natuurlijk geen garantie dat zich juist daarvoor een andere partij aandient.

Maar er is altijd wel een oplossing, zei wethouder De Weger. Mij was niet duidelijk of hij een sneer uitdeelde of gewoon een erg onhandige opmerking maakte.

Want, zo zei hij, je kunt je huis altijd wel verkopen, zo blijkt ook op dit moment nog in Groningen. Maar…. natuurlijk wel voor een flink stuk minder. Ja, zo kan ik het ook.

Want uiteindelijk vormen de centjes een cruciaal punt, naast alle milieueffecten, grondwatervervuiling et cetera. Ik vraag mij dan ook af op grond waarvan wethouder Stolk opnieuw dispensatie heeft gekregen om voorlopig nog in Vianen te mogen blijven wonen.

Zou haar huis daar in deze tijd van waardevermindering bij verkoop nog niet voldoende opbrengen en mag ze nog even wachten tot de markt weer verder aantrekt? Ik begrijp de oppositie wel.

Al met al zou met het nodige politieke rukken, trekken en vertragen van de verschillende procedures nog wel tot 2030 uitstel kunnen worden gerealiseerd, aldus de ook aanwezige fractievoorzitter Elias Bom van Sterk Woerden in een onderonsje met mij. Als dat niet het ultieme pappen en nathouden is.

Nico Ramaer


Olie op het vuur of op de golven?

Als je een eeuw of langer geleden olie of gas op je akker vond was je rijk. Een mogelijk kwijnend bestaan kwam teneinde. Tegenwoordig zijn olie en gas in de grond nog slechts een bron van hevige discussie en diepe zorg. Nadat eerder al Waarder (Bodegraven-Reeuwijk) de noodklok luidde, steekt de onrust over aangekondigde boringen nu ook in Woerden en Oudewater terecht de kop op. Onder de polders Rietveld, Barwoutswaarder met ‘daarin’ Woerden-West/ Molenvliet en Papekop zou een olie- en gasveld liggen van 63 km² . Tsjonge, Slochteren, eat your hart out. Dat is nog eens andere koek dan “Hoofdstad van het Groene Hart” welke kwalificatie leunt op een kaasbel, wat Romeinse snuisterijen in vitrines in een donkere parkeergarage (die u volgens de wethouder zo mag meenemen voor 12,6 miljoen euro) en waterrecreatie die zich vooral concentreert in aangrenzende gebieden als de Reeuwijkse- en de Nieuwkoopse Plassen. Oké, en een allesbehalve Victoriaanse burgemeester.

Toch ziet het er naar uit dat we het met die zelfbenoeming “Hoofdstad van…” moeten doen, want een echt “Texas in Holland” zal het niet worden. Omdat, punt één, ‘we’ en Sterk Woerden gesouffleerd vanuit Waarder het niet willen. En, punt twee, de lokale zakken nu eenmaal niet gevuld mogen worden. Hoewel de boorvergunning ongemerkt vlot is afgegeven door de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gaan de echte opbrengsten naar de Nederlandse Staat. Misschien dat Bodegraven en Woerden nog wat verdienen aan de benodigde infrastructuur maar daar houdt het dan ook bij op.

Ik had Bob, wethouder economische zaken in Woerden, graag wat extra inkomsten gegund. Dan had hij het parkeren wat voordeliger kunnen maken. Vooral aantrekkelijk voor consumenten en daarom goed voor winkeliers in de binnenstad van Woerden.

Of om de zoveelste herinrichting van de Rijnstraat te kunnen opsieren met de echte terugkeer van de Rijn. Veel winkeliers zouden op dat water niet zitten te wachten maar ik ben er van overtuigd dat een informatief werkbezoek door diezelfde winkeliers aan stadskernen waar het water wel terugkeerde tot meer enthousiasme zou leiden. Hoe dan ook, binnenkort gaat Bob er weer tegenaan met een zogenaamde “shared space” aanpak. Goed ingewijde, oudere Woerdenaren schatten de financiële uitgaven aan minstens vijf herinrichtingen van de Rijnstraat sinds het dempen in 1961 op zo’n 5 tot 7 miljoen euro. Een bedrag dat dicht ligt bij de geraamde kosten voor een echte Rijngracht, volgens het Rijngrachtcomité.

De tijd zal het leren, maar ik denk eerlijk gezegd dat het zonder de Rijngracht “niks is en niks wordt”. Parkeertarieven waar ze in Rotterdam rooie oortjes van krijgen. Fietsers tegen de rijrichting in waarbij vergeleken Amsterdam braaf is en op zondag een sfeer waarbij schietterrein de Vliehorst op Vlieland gezellig afsteekt. Geen wonder dat een flink aantal Woerdenaren op zondag naar de gezellige binnenstad van Oudewater gaat. Sterkte Bob!

Nico Ramaer